Ethisch drieluik - Richtlijnen

De boeddhistische ethiek, met name de vijf leefregels, vormen de basis voor de beoefening van vipassana meditatie zoals georganiseerd door de SIM. Een belangrijk deel van de ethiek is het zoeken naar verstandige en wijze manieren om met conflicten om te gaan. Conflicten onder ogen zien en er van leren behoren onlosmakelijk bij de boeddhistische beoefening.

Overige onderdelen:

Leraren, bestuur en organisatoren van de SIM onderschrijven de volgende richtlijnen:

  1. We verbinden ons aan de richtlijn om niet te doden.
    We erkennen hierbij de onderlinge verbondenheid met alle levende wezens en respect voor alle leven. We werken eraan om ons begrip van niet-doden en niet-kwetsen in al onze handelingen te verfijnen. We zullen de implicaties van deze richtlijn in de toekomst verder uitwerken ten aanzien van moeilijke thema’s zoals abortus, euthanasie en het doden van (huis)dieren.
  2. We verbinden ons aan de richtlijn om niet te stelen.
    We nemen niet iets dat ons niet gegeven is en we respecteren eigendommen van anderen. In onze omgang met geld willen we eerlijk zijn en geen geld dat bedoeld is voor Dhamma projecten voor andere doeleinden te gebruiken. We geven de Dhamma in zijn volle rijkdom door, zonder voorkeur voor personen en hun omstandigheden. Gering financiele draagkracht mag geen belemmering zijn om aan retraites deel te nemen. Voor personen die financieel minder draagkrachtig zijn, is er een ondersteuningsfonds.
  3. We verbinden ons aan de richtlijn om niet te liegen.
    We spreken dat uit wat juist en zinvol is en we onthouden ons van roddel en achterklap in onze gemeenschap. We respecteren het als iets ons expliciet in vertrouwen verteld is. We cultiveren aandachtige en heldere communicatie en we cultiveren de kwaliteiten van liefdevolle vriendelijkheid en eerlijkheid als basis voor ons spreken.
  4. We verbinden ons aan de richtlijn om af te zien van seksueel wangedrag.
    We veroorzaken geen leed door verkeerd seksueel handelen of door seksuele uitbuiting of door het aangaan van een seksuele relatie die buiten de grenzen liggen van relaties die we zijn aangegaan. Degenen van ons die geloften van celibaat zijn aangegaan zullen zich daar aan houden. We zullen ons allemaal onthouden van het misbruiken van de positie of autoriteit teneinde een seksuele relatie met een deelnemer aan te gaan.
    Gezonde relaties zijn binnen de gemeenschap wel mogelijk, maar het vereist een zeer grote mate van zorg en aandacht. In dit geval zijn de volgende richtlijnen cruciaal:
    a. Een seksuele relatie tussen leraar en leerling is nooit passend.
    b. Tijdens retraites of formeel onderricht is iedere toespeling op een toekomstige romantische of seksuele relatie ongepast.
    c. Als zich in de loop van de tijd een gezonde en eerlijke relatie ontwikkelt tussen een leraar en een leerling dan dient de formele leraar-leerling relatie beëindigd te zijn voordat men verder gaat op het romantische pad. Zo’n relatie dient met uiterste zorgvuldigheid en terughoudendheid aangegaan te worden en in geen geval net na een retraite. Een periode van minimaal drie maanden na een formele lessituatie dient in acht te worden genomen. Er dient dan duidelijk begrip te zijn bij beide partijen dat de formele leraar-leerling relatie beëindigd is en er welbewust gekozen wordt voor een relatie waarin men als liefdespartners met elkaar wil omgaan.
    Deze specifieke richtlijnen (a, b en c) gelden mutatis mutandis ook voor organisatoren en bestuursleden van de SIM.
  5. We verbinden ons aan de richtlijn om af te zien van bedwelmende middelen waardoor nonchalance of verlaging c.q. verlies van bewustzijn ontstaat.
    Het is duidelijk dat sommige middelen de geest zo aantasten dat ze een bron zijn van groot lijden. We zijn het er over eens dat er tijdens retraites geen bedwelmende middelen aanwezig zijn. We zullen geen bedwelmende middelen gebruiken of toestaan gedurende retraites/meditatieactiviteiten. Iedere leraar, bestuurslid of organisator met een alcohol- of drugsprobleem dient onmiddellijk daarop aangesproken te worden door de gemeenschap. Van dit individu mag vervolgens verwacht worden dat hij/zij professionele hulp zoekt voor het verslavingsprobleem