Verlies van rol of betekenis - Ram Dass
Uit het boek “Vanaf hier – vanaf nu. Een nieuwe visie op ouder worden” (uitgeverij Servire).
Samen met het gevoel van machteloosheid dat veel mensen ervaren als ze ouder worden, komt een verlies aan betekenis: het geloof dat als de rol verandert waarmee we vertrouwd zijn geraakt (werker, vader of moeder, consument, geliefde), we ook ophouden iets te betekenen als individu. Dergelijke pijnlijke gevoelens van betekenisloosheid, en de depressie die ze vaak veroorzaken, beroven ons van vreugde en leiden ertoe dat we onszelf gaan zien als lastig en afgedaan. Vaak wanneer ik verpleeghuizen bezocht waar de gangen vol waren met oude mensen die voortschuifelden op pantoffels of in rolstoelen langs de muur zaten, werd ik geconfronteerd met een algemene vraag: Waarom leven we nog steeds in deze nutteloze oude lichamen? Het is hartverscheurend deze vraag te horen van oude mensen die in de meeste andere culturen van de wereld de trots en vreugde zouden zijn van hun gemeenschap, terwijl ze bij ons verschoppelingen zijn.
In plaats van eerbied en tedere zorg ervaart een groot deel van onze ouder wordende bevolking verveling, wanhoop en ledigheid, zonder uitlaatklep voor hun lijden. Het is belangrijk dat we niet wachten tot we in zo'n impasse zitten alvorens alternatieven te zoeken om onze ouderdom het hoofd te bieden. Hoe eerder we beginnen een geestesgesteldheid te ontwikkelen die kan omgaan met zulke moeilijke gemoeds-toestanden als zinloosheid en depressie, hoe beter we later in staat zullen zijn er niet in gevangen te raken. Nogmaals, we kunnen beginnen met te letten op onze gedachten als deze opkomen, en de greep van het ego langzaam, aandachtig en met grote zorgvuldigheid los te wrikken. Als onze geest tot rust begint te komen, merken we dat de gedachten en gevoelens die verbonden zijn met zinloosheid komen en gaan, en dat er, in de ruimte tussen het opkomen ervan, een manier van zijn bestaat die niet door deze gemoedstoestanden wordt beïnvloed. De ziel, zo stellen we vast, streeft niet naar betekenis; zijn 'betekenis', om dat ego-begrip te gebruiken, is vanuit zichzelf duidelijk. Een bloem vraagt niet naar zijn betekenis of bestaansrecht; hij is gewoon, en zijn bedoeling is vreugde. In een van zijn mooiste essays vergelijkt Emerson onze menselijke gehechtheid aan betekenis en aan geschiedenis als volgt: 'Die rozen onder mijn raam maken geen buiging voor eerdere rozen of voor betere; ze zijn wat ze zijn; ze bestaan naast God vandaag. Er bestaat geen tijd voor ze. Er is alleen de roos; hij is volmaakt op elk moment van zijn bestaan.'
Hoewel dit misschien wat al te simpel lijkt - wij zijn tenslotte geen bloemen - bevat het ook een fundamentele waarheid die we geneigd zijn in ons complexe leven te vergeten. Voordat we een vader of moeder, een directeur, of een buurtactivist zijn, en nadat we zijn gestopt met al die dingen te zijn, voordat het ego zijn werk begint om betekenis aan zichzelf te hechten, zich in een identiteit te kleden, zijn we gewoon, punt uit. Achter de machinaties van onze briljante, onafhankelijke geest, bevindt zich een essentie die niet geconditioneerd is, een zijn dat door ouder worden niet verandert, waar niets aan kan worden toegevoegd, en waar niets van wordt afgenomen. Hoe meer we ons bewust worden van dit zijn, dat onze ziel is en de bron van onze kracht, hoe minder we het slachtoffer zullen zijn van het waandenkbeeld van zinloosheid. Dit is geen abstract begrip; het is even echt als de adem die je lichaam in- en uitgaat, en even echt als de geestkracht die je bezielt. Hoe groter je opmerkzaamheid, hoe beter je deze waarheid leert inzien en erin te verblijven wanneer pijnlijke gedachten dreigen ze aan het zicht te onttrekken.
Zoals je nog zult zien, is het mogelijk deze ruimtelijkheid zelfs te ervaren wanneer zich pijnlijke situaties voordoen. Als we proberen opmerkzaamheid te oefenen, zul je merken dat het ego niet ophoudt te bestaan; het houdt alleen op ons te tiranniseren of de enig mogelijke versie van de werkelijkheid te bieden. Wanneer we niet volledig overheerst worden door onze gevoelens, kunnen we ze juist dieper voelen; als we weten dat er een licht bestaat, zullen we niet zo angstig zijn als tevoren om in de duisternis te turen en te ontdekken wat deze ons te leren heeft. Wanneer we bijvoorbeeld ophouden ons te verzetten tegen ons verdriet - en hoe is het mogelijk de verliezen van het ouder worden door te maken zonder een bepaalde mate van verdriet, als we onze geliefden begraven en aspecten van ‘onszelf’ achterlaten? - leren we dat, hoe pijnlijk het ook mag zijn, verdriet een integraal deel uitmaakt van de wijsheid van de ouderen, een kracht die ons hart nederig maakt en verdiept, die ons verbindt met het verdriet van de wereld en ons in staat stelt te helpen. Verdriet is tenslotte de prijs van de liefde, maar het hoeft niet het hart te verlammen of een kapstok voor het ego te worden. Ik heb oude mensen ontmoet voor wie verdriet een identiteit wordt, de enige rol die ze voor hun gevoel kunnen spelen. Verdriet is een gevangenis voor hen geworden; daarom moeten we, als we willen leren van onze duisternis en deze kunnen dragen zoals een gewonde stamoudste zijn littekens draagt om te genezen en te bekrachtigen, uit ons ego kunnen stappen, als ziel. Anders is de kans groot dat we ons laten meeslepen door een van de andere gebruikelijke nevenverschijnselen van verdriet: of we sluiten ons hart uit angst voor de omvang van onze gevoelens (en de gevoelens van onze naasten) en beperken ons leven tot een 'veilige' zone die ons het gevoel geeft dat we maar half leven; of we worden beroepsklagers, gevangen in het verleden met zijn verlies en leed, niet in staat te genieten van het heden. Zoals Saul Bellow over dergelijke mensen schreef in zijn prachtige roman Pluk de dag: ‘Ze vrezen dat ze als ze stoppen met lijden, niets overhouden.’
Depressie en angst over ouder worden concentreren zich beide op verliezen. De omvang van ons gebrek aan inzicht wanneer we met onze verliezen worden geconfronteerd, bepaalt de mate van ons lijden. Ik herinner me dat ik bij mijn vader was in een fase van zijn ouderdom waarin hij de spijt over zijn fouten uit het verleden niet kon loslaten. Mijn vader was niet in staat ergens anders over te praten. De vergissingen die hij had begaan, de wegen die hij niet was ingeslagen, beïnvloedden zijn bewustzijn zozeer dat het goede dat hij had gedaan in zijn leven, en de vele dingen die hij had bereikt, binnen korte tijd door zijn spijt naar de achtergrond werden gedrongen, tot hij het gevoel had dat zijn hele leven niets dan een mislukking was. Gelukkig waaide deze donkere periode over, en voordat hij stierf ging mijn vader zijn leven helderder zien.
|