Sila Paramita, de volmaaktheid van moraliteit | SIM – Stichting Inzichts Meditatie
Untitled Document

Sila Paramita, de volmaaktheid van moraliteit - Kheminda Merkus

Waarom komt sila-paramita (sila=moraal, paramita=perfectie)na dana (dana=vrijgevigheid)? De kracht van dana schuilt in de zuiverheid van de motivatie van de gever en de zuivere relatie tussen gever en ontvanger. Sila beperkt zich niet alleen tot de handeling van geven, maar betreft de zuiverheid van al onze verbale, fysieke en mentale handelingen.
Een essentieel aspect van de ontwikkeling tot volmaaktheid is de wijze waarop iemand zich in zijn dagelijkse omgang met anderen gedraagt. Onze handelingen komen voort uit ons denken. Als ons denken onbeheerst is, zullen ook onze handelingen onbeheerst zijn. Om die reden benadrukte de Boeddha dat in het hele meditatieve proces bijzondere aandacht besteed moet worden aan moraliteit. Moraliteit of een juist gedrag is onmisbaar voor elke innerlijke ontwikkeling die gericht is op bevrijding van conflict en disharmonie, omdat: 1. het de basis is voor concentratie; 2. moraliteit verweven is met kammische accumulaties en 3. te maken heeft met juiste inspanning, de zesde factor van het achtvoudige pad.
Om juiste moraliteit te kunnen beoefenen is het nodig een precies onderscheid te kunnen maken tussen wat heilzaam (kusala) is en wat niet heilzaam (akusala) is. De termen heilzaam en niet heilzaam worden hier gebruikt in de context van mentale ontwikkeling (meditatie) en hebben betrekking op die eigenschappen die al dan niet bevorderlijk zijn voor de voortgang. Om een voorbeeld te noemen: verlangen is ethisch gezien niet verwerpelijk, maar in de context van de vier nobele waarheden is verlangen de oorzaak van dukkha (conflict, lijden en pijn) en wordt daarom als een onheilzame wortelconditie voor onze fysieke, verbale en mentale handelingen beschouwd, tezamen met de twee andere onheilzame wortelcondities, boosheid en onwetendheid (het niet begrijpen van de werkelijkheid).

Net als iemand niet met twee voeten tegelijk een stap kan zetten, zo kunnen kusala en akusala niet tegelijk in actie zijn. Daaruit volgt dat met de inspanning heilzame handelingen te verrichten en als zij zijn opgekomen die te handhaven, het onheilzame wordt teruggedrongen en vice versa. Dit is het principe dat aan juiste inspanning (samma-vayama) ten grondslag ligt. Bijvoorbeeld: wie zich systematisch en consequent toelegt op het ontwikkelen van metta (welwillende vriendelijkheid) en karuna (mededogen) zal respectievelijk boosheid en hardvochtigheid elimineren.
Daarnaast is het belangrijk de andere basis voor het ontwikkelen van een paramita toe te passen, namelijk het juiste gebruik van de middelen en die ook op de juiste tijd te gebruiken.

Het juiste gebruik van de middelen die ons ten dienste staan is, met betrekking tot sila-paramita, leven met de vijf basisprincipes voor een juist gedrag (panca-sila).
Twee belangrijke aspecten daarbij zijn een juiste gewetensfunctie (hiri) en voorzichtigheid (ottappa). De Boeddha noemde deze twee functies beschermers van de wereld. Hiri is de afweging of de daad die men wil doen juist is met betrekking tot iemands eigen moraliteit ten opzichte van het welzijn van een ander en of die daad beiden wel of niet zal schaden. Ottappa is de nauwgezette afweging of de daad die men wil doen wel de toets van de kritiek van wijze mensen kan doorstaan.
Hier komt de andere basis voor de ontwikkeling van de paramita's, mededogen, naar voren. Aan het beoefenen van een juiste moraliteit ligt de wens ten grondslag zichzelf en anderen niet te kwetsen, te benadelen of pijn te doen. Het toepassen van de vijf levensregels is een inspanning om begeerte, haat en onwetendheid uit te bannen. De basis van de beoefening van moraliteit is vertrouwen (saddha) in het feit dat een juist ethisch gedrag de geest zuivert als onderdeel van de methode die leidt tot het ophouden van lijden (de groep van moraliteit - silakkhandha - van het achtvoudige pad), namelijk: juiste spraak, juist handelen en een juiste levensonderhoud.

De meest bekende formule voor de beoefening van de vijf levensregels is in termen van een passief 'zich trachten te weerhouden van' een daad - varitta sila. Het andere aspect is het actieve ondernemen van de ontwikkeling van een bepaalde eigenschap die maakt dat men de levensregels kracht bijzet - caritta sila. Zo staat tegenover het zich weerhouden van:

  1. het nemen van leven - het ontwikkelen van mededogen.
  2. stelen - het ontwikkelen van eerlijkheid en tevredenheid.
  3. sexueel wangedrag - metta, loyaliteit en respect
  4. liegen, enzovoort - oprechtheid en respect voor anderen
  5. geen geestbenevelende stoffen/dranken - oplettendheid en waakzaamheid

Vooral het aspect van caritta komt tot uiting in onze relatie met anderen.
De karakteristiek van sila is dat het tot een evenwichtige en kalme houding leidt. Wie op een bewuste manier leeft weet of zijn motieven juist zijn of niet en kan zo een doelbewuste keuze maken om het goede te doen en het onheilzame te vermijden; hij/zij weet dat op dat moment dukkha geen kans krijgt.
De functie van sila is het heilzame te ontwikkelen en het onheilzame te elimineren. De manifestatie ervan is morele zuiverheid en een beheerste geest.
In de leer van de Boeddha, zoals we al hebben gezien, is sila niet beperkt tot uiterlijke handelingen alleen, maar sila is pas volkomen als er moreel juist denken is. Bijvoorbeeld, iemand kan zich naar buiten toe voordoen als een vriendelijk mens, maar in zijn gedachten anderen een heleboel kwaad toewensen.

Sila alleen is niet in staat de onheilzame wortelcondities van begeerte, haat en onwetendheid volledig uit te bannen, daarvoor zijn ook nog concentratie en wijsheid nodig. Maar sila verzwakt deze wortelcondities en stelt iemand in staat zijn geest te zuiveren en te beheersen.
Er zijn vier condities voor voortgang in dat proces:
constante inspanning / juiste inspanning.
bewustheid / oplettendheid (sati).
goede vriendschap met iemand die de Dhamma kent.
juiste manier van voorzien in levensonderhoud.
Sila heeft niets te maken met veranderende sociale normen en waarden op het ethische vlak, maar houdt zich bezig met het intrinsiek heilzame van de mentale motivatie bij het verrichten van een verbale en fysieke handeling. Begeerte blijft begeerte ook in de eenentwintigste eeuw, boosheid blijft boosheid en de greep van onwetendheid leidt nog steeds tot verkeerde beoordelingen en onheilzaam gedrag.

Het resultaat van sila is innerlijke zekerheid en een gevoel van geluk dat iemand geen blaam voor zijn handelingen treft door het verfijnde onderscheid van wat heilzaam is voor iemand zelf, voor een ander en voor beiden.

Terug