Legers van Mara (deel VII) - Frits Koster
Het spirituele pad kent veel valkuilen, moeilijk hanteerbare emoties en verleidingen. Hoe kun je ze herkennen, hoe kun je op een wijze manier met dergelijke ‘legers van Mara’ omgaan en ze integreren in het meditatieproces? In vorige edities van de Simsara zijn acht legers van Mara behandeld: zintuiglijk genot, ontevredenheid, honger en dorst, verlangen, luiheid en slaperigheid, angst, twijfel en schijnheiligheid en eigenwijsheid. In dit zevende deel komen de laatste twee meditatieve valkuilen aan bod.
(9) Winst, faam en verering en (10) zelfverheerlijking en het verlagen van anderen
Deze laatste twee legers kunnen de geest van een succesvolle meditatiebegeleider infiltreren en verzieken. Er zijn legio voorbeelden van leraren die vallen of ooit gevallen zijn voor de geschenken die ze kregen of bedwelmd werden of worden door roem, macht en aanbidding. Het gevaar sluipt er dan in dat je je onbewust steeds meer bezig gaat houden met het etaleren en benadrukken van je eigen zuiverheid, scherpzinnigheid en goede kwaliteiten, terwijl je andere leraren of begeleiders begint te bekritiseren en leerlingen aanraadt om vooral niet bij die andere leraren te gaan mediteren. De gevolgen zijn een on-gezonde, bekrompen presentatie van de Dhamma en een begoochelde meditatiebegeleider, die een slecht voorbeeld vormt voor anderen.
Ook het achtste leger van Mara, schijnheiligheid, kan gemakkelijk ontstaan bij meditatiebegeleiders. Doordat je als begeleider (onbewust) gemakkelijk op een voetstuk kunt worden geplaatst door mediterenden, kan de neiging ontstaan om je mooie kanten beter naar voren te laten komen en je schaduw- of minder verlichte zijde stiekem te verbergen of te verbloemen. De gevolgen kunnen zeer teleurstellend en soms dramatisch zijn, als een begeleider uiteindelijk dan toch minder heilig blijkt te zijn dan gedacht en dus van zijn of haar voetstuk valt. Voor meditatiebegeleiders zijn eerlijkheid en openheid daarom belangrijke deugden, terwijl het voor leerlingen een gezonde zaak is om zich op het verwezenlijken van de Dhamma te richten. Begeleiding bij het volgen van het spirituele pad is onmisbaar, leraren zijn echter uiteindelijk slechts een gids in het wijzen van dit pad. Je kunt er van uitgaan dat de meeste leraren en meditatiebegeleiders weliswaar meer ervaring zullen hebben met betrekking tot het beoefenen van meditatie en je dus goed kunnen begeleiden, maar dat ook zij nog niet volledig verlicht zijn en nog veel te leren hebben.
Of je nu begint met meditatie, meer ervaren bent of al in een positie van begeleider bent gegroeid, tijdens het mediteren staan de legers van Mara altijd klaar om je te verleiden en om het meditatieproces te ontkrachten. Het verhaal van prins Siddhattha getuigt hiervan. Hij had een geschikte plek onder een grote boom gevonden en had zich voorgenomen om daar te blijven zitten, net zo lang totdat hij de hoogste wijsheid omtrent het bereiken van geluk zou hebben gevonden. Ook bij hem kwamen diverse legers van Mara kijken of ze hem konden verleiden. Eerst in de vorm van beelden van mooie, lust oproepende vrouwen. Vervolgens in de vorm van stemmen die tot de jonge prins spraken en hem vroegen waarom hij zo dom was om daar een beetje te zitten navelstaren, terwijl hij een harem met mooie vrouwen en een machtig koninkrijk zou kunnen bezitten. Vervolgens kwam Mara in de vorm van angstwekkende geestesbeelden en twijfel. De bodhisatta wilde zijn zoektocht naar verlichting beëindigen maar herinnerde zich plotseling dat hij zich had voorgenomen om niet te stoppen voordat hij werkelijk inzicht zou hebben gekregen. Er wordt verteld dat hij toen innerlijk even afstand deed van de verleidende krachten en ze kon herkennen als lust, angst en twijfel. Hij stak zijn hand toen in de aarde om de aarde als getuige op te roepen voor zijn streven en hij sprak tot zichzelf: ‘Ik ken je, Mara’. Hij veroordeelde Mara niet, hij verdrong de emoties niet en liet zich er ook niet door leiden. Hij registreerde zijn of haar aanwezigheid eenvoudigweg, waarop Mara uit zichzelf afdroop.
Als er legers van Mara bij je aankloppen, dan kun je terugdenken aan dit verhaal en de legers overwinnen, louter door ze te gebruiken en dus te annexeren als object van observatie en registratie. Niet alleen tijdens het mediteren maar ook in het dagelijkse leven kun je het zien als een bijzondere kracht en levenskunst om uit de verleidende en misleidende macht van Mara te raken (en te blijven). Het leidt tot rust, stabiliteit en innerlijke vrijheid. De in het begin van dit hoofdstuk genoemde passage in de Sutta Nipata eindigt dan ook met de volgende woorden: ‘Zonder moed kan Mara niet overwonnen worden, maar als Mara overwonnen is verkrijgt men een diep geluk’.
Voor de SIMsara bewerkte passage uit
‘Bevrijdend inzicht’ door Frits Koster (uitgeverij Asoka).
|