Legers van Mara (deel IV) - Frits Koster
In de vorige edities van de SIMsara zijn vijf obstakels beschreven, die je tijdens de (intensieve) beoefening van inzicht-meditatie kunt tegenkomen. Deze obstakels of verleidingen op het pad van meditatie worden in de boeddhistische psychologie verpersoonlijkt in de mythische figuur van Māra. Māra is de boeddhistische variant op Satan, de grote tegenstander van God in de Christelijke mystiek. In dit deel wil ik het zesde leger van Māra onder de aandacht brengen.
6. Angst
Ook angst kan een behoorlijke blokkade opwerpen, zowel in het geval je er helemaal in zit en er dus door beheerst wordt, alsook in het geval je het contact met gevoelens van angst volledig afhoudt of afweert. Angst kan door allerlei oorzaken ontstaan:
Je ervaart soms sterke pijn en/of onverwerkte emoties, die je eerder altijd hebt verdrongen. Het geconfronteerd worden met deze diepere pijnen, frustraties en soms ook begane misstappen kan angst oproepen, met name als je het (nog) niet onder ogen wilt zien.
Je mist iets of iemand, waaraan je gehecht bent.
Je ervaart angst vanuit een dieper (vaak in de jeugd geworteld) gevoel van onveiligheid.
Je hebt wonderlijke meditatie-ervaringen, zoals vreemde beelden, fantasieën of nooit eerder ervaren fysieke verschijnselen zoals intense jeuk, hitte, kou, vreemde spastische bewegingen of verkrampingen. Ook kun je tijdens de meditatie een andere lichaamswaarneming krijgen, zoals het groter of kleiner worden of het in je beleving verdwijnen van het lichaam of een lichaamsdeel. In feite laten dergelijke ervaringen heel duidelijk de oncontroleerbaarheid van alles zien en zijn het dus waardevolle meditatieverschijnselen. Door de onbekend-heid ermee kunnen ze echter in het begin als bedreigend ervaren worden.
Tijdens het meditatieproces kun je soms onplezierige fysieke of mentale ervaringen hebben, die je niet goed kunt plaatsen. Hierdoor kun je het gevoel krijgen dat je niet goed mediteert. Het niet (zorgvuldig) registreren van deze twijfel culmineert weer in gevoelens van angst.
Het dieper in contact komen met de drie universele karakteristieken van vergankelijkheid, onbevredigendheid en oncontroleerbaarheid kan gevoelens van angst, onveiligheid en instabiliteit teweegbrengen.
Wat ook de reden moge zijn, angst is een gevoel of emotie, die alle mediterenden tegenkomen. Soms uit het gevoel zich puur als angst of als paniek, soms ook treden er fysieke symptomen op de voorgrond, zoals zweten, trillen, een snellere hartslag of een zich sneller en hoger in het lichaam manifesterend rijzen en dalen.
Ook uit angst zich vaak op een subtieler niveau. Zij laat zich dan zien als bezorgdheid of als afweermechanisme. Voorbeelden van afweermechanismen zijn het verdringen, rationaliseren, projecteren of ontkennen van problemen, door bijvoorbeeld grapjes te maken terwijl je je eigenlijk verdrietig voelt. Het zijn (onbewust ontwikkelde) overlevingsstrategieën, die er voor zorgen dat angst, conflict of spanning onbewust gehouden worden of op een andere manier af kunnen vloeien. (Veel mediterenden hebben bijvoorbeeld wel eens een lachbui meegemaakt tijdens een meditatieretraite, puur als ontlading van opgebouwde angst en spanning).
Angst is een moeilijk hanteerbare emotie. Als indirecte en ondersteunende strategie om angst te leren hanteren, kan het voor sommigen waardevol zijn om - naast Vipassana -meditatie - meditatie op liefdevolle vriendelijkheid of een andere vorm van kalmte-meditatie te leren beoefenen. In dat geval is het in de regel verstandig om deze meditatievormen niet te gebruiken tijdens een voorgenomen periode van inzicht-meditatie. Als je meditatievormen gaat mengen loop je namelijk gemakkelijk in een valkuil, door bij moeilijkheden te kiezen voor een gemakkelijke vluchtweg in een andere meditatievorm. Je ontneemt jezelf op dat moment de kans en de ruimte om de moeilijke situatie te (leren) integreren in het vipassana-meditatieproces en laat het verder ontwikkelen van bevrijdend inzicht stagneren. Daarom het advies om verschillende meditatievormen naast elkaar en niet door elkaar te beoefenen. Een regelmatige beoefening van kalmte-meditatie kan echter verzachtend werken op het vaak ervaren van angst en kan langzaam maar zeker een soort basisveiligheid creëren, van waaruit vipassana-meditatie gemakkelijker beoefend kan worden.
Als je in het dagelijkse leven redelijk goed functioneert, dan kun je ook een directe strategie gebruiken. Hierbij laat je je niet (meer) leiden door angst voor de angst en leer je angst herkennen, accepteren en benoemen als meditatie-object, zoals en zolang ze zich duidelijk aan of in je voordoet. Soms manifesteert angst zich fysiek, andere momenten uit ze zich vooral emotioneel of als een afweermechanisme.
Het is het voldoende om te weten dat er angst is en wat ook maar op de voorgrond treedt kun je op dat moment registreren: zweten, hartkloppingen, bezorgdheid, angst, kwetsbaarheid, labiliteit van geest, paniek, verdringen, rationaliseren enzovoort. Je hoeft geen verklaringen te zoeken of jezelf te proberen te kalmeren en je hoeft de angst ook niet te bezweren of te veroordelen. Bemerk je dat je dat toch doet, dan kun je ook dit weer registreren, als ‘verklaren’, ‘verklaren’ of als ‘(ver)oordelen’, ‘(ver)oordelen’.
Deze manier van omgaan met angst werkt niet altijd direct en je kunt soms dan ook behoorlijk zware of angstige meditatiesessies ervaren. Het op een andere manier inkaderen of anders benoemen kan in dergelijke gevallen soms helpen. In plaats van de emotie als ‘angst’ te benoemen kun je bijvoorbeeld ‘bezorgdheid’ of ‘weten’ (dat er een moeilijk hanteerbare emotie is) registreren. De lading wordt dan soms als minder bedreigend ervaren.
Ook is het goed om te weten dat je elk moment kunt stoppen met de oefening. Het gewoon blijven zitten of lopen en het blijven volgen van de discipline blijkt echter meestal het beste te werken en uiteindelijk vanzelf wel vruchten af te werpen. Je tolerantiegrens wordt vergroot, je verliest een stuk angst voor de angst en op een bepaald moment ontdek je vanzelf wel wat er aan de hand is en leer je (symptomen van) angst te herkennen en te accepteren. Op dat moment wordt de angst benoembaar en ontstaat er ruimte. De angst wordt geobjectiveerd en daarmee overwonnen.
Daarnaast is het - in het geval dat je je nogal wankel voelt in het beoefenen van inzicht-meditatie - vaak verstandig om jezelf een niet te hoge discipline op te leggen in het dagelijkse leven. Als je merkt dat het mediteren emotioneel een nogal zwaar stempel op je leven zet, dan kun je bijvoorbeeld ook een dagelijkse beoefening doen van niet meer dan 15 - 30 minuten in plaats van een vol uur, een hele dag of meerdere dagen achtereen te mediteren.
Ook interviews en het regelmatig praten over je meditatie-ervaringen tijdens meditatie-avonden of -dagen blijken vaak zeer inzichtelijk te werken. Het vraagt wel van je om je kwetsbaar op te stellen. Als je echter de moed hebt om het ervaren van angst te accepteren en er in een vertrouwde kring over te praten, blijkt het een bron van inzicht, zelfvertrouwen en kracht te kunnen worden.
Voor de SIMsara bewerkte publicatie van het door uitgeverij Asoka uitgegeven boek ‘Bevrijdend inzicht’.
|