Legers van Mara (deel II) - Frits Koster
In de vorige editie van de SIMsara is een serie opgestart over obstakels die je tijdens de intensieve beoefening van inzichtsmeditatie kunt tegenkomen. Deze obstakels of verleidingen op het pad van meditatie worden in de boeddhistische psychologie "de tien legers van Mara" genoemd. Mara is de doder van deugdzaamheid en de vernietiger van een heilzaam bestaan.
De eerste twee legers, zintuiglijk genot en ontevredenheid zijn al beschreven. In dit tweede deel wil ik het derde en vierde leger van Mara onder de aandacht brengen.
3. Honger en dorst
Dit leger kan een specifieke verleiding opwerpen, met name als je eet– en drinkbehoeftes niet bevredigd worden. Er wordt tijdens een retraite misschien geen koffie geschonken, terwijl je dit wel gewend bent. Misschien worden boeddhistische kloosterregels gehanteerd, waarbij je na 12.00 uur ‘s middags niet meer eet. Of je bemerkt dat je spijsverteringssysteem (nog) niet goed reageert op het retraitevoedsel.
Voedsel is best een belangrijke factor tijdens een retraite. Daarom is het altijd verstandig om te informeren naar mogelijkheden tot een dieet of tot speciale vormen van voedsel, als je dat gewend bent of om medische redenen nodig hebt. Als je denkt dat er iets mankeert aan het eten, neem dan zelf het een en ander mee. Er zijn echter grenzen. Het zal bijna nooit lukken om eten en drinken tijdens een retraite perfect uitgebalanceerd te krijgen naar jouw behoefte. Je wordt in het boeddhisme geadviseerd om een gouden middenweg te bewandelen. In het geval van eten en drinken betekent dit dat je goed voor je basisbehoeftes zorgt en voldoende voedsel en drinken tot je neemt om je fysiek te kunnen handhaven en dat je er voor zorgt dat je niet vervalt in extremen van te veel of te weinig. Daarnaast is het aan te raden om gevoelens van honger en dorst te observeren en te benoemen en om het tweede leger van Mara, ontevredenheid, in de gaten te houden.
4. Verlangen
Een gemakkelijk uit het (niet duidelijk herkende) eerste, tweede en derde leger van Mara voortkomende reactie is verlangen, mentaal grijpen of hunkeren naar hetgeen je mist. Dit leger kan obsessieve vormen aannemen en kan zich uiten als verlangen naar eten of drinken, naar sensueel of seksueel genot of naar een luxueus bed. Op een subtieler niveau manifesteert het zich als het verlangen naar het ervaren of naar het juist niet meer ervaren van gedachten, fysieke gevoelens, zintuiglijke prikkelingen of emoties.
In het boeddhisme word verlangen wel eens vergeleken met het gedrag van een haan en wel om twee redenen. Ten eerste omdat een haan nooit genoeg te eten heeft, ten tweede omdat hanen vaak achter de kippen aanjagen en er ook in dat opzicht "nooit genoeg van hebben".
Verlangen dat niet op een vaardige manier gehanteerd wordt, leidt gemakkelijk tot gehechtheid en daardoor tot onvrijheid en tot frustraties. Het blijkt een onverzadigbare en uitputtende drijfveer te zijn en wordt in de boeddhistische psychologie dan ook beschouwd als directe oorzaak voor het lijden dat we als mens ervaren. Duidelijk zichtbare vormen van dit lijden zijn (de gevolgen van) drugs–, alcohol– en eetverslavingen. Meer onzichtbare uitingsvormen van verlangen zijn hardnekkige conditioneringen, zoals manifestatiedrang en perfectionisme. In de praktijk blijkt dat verlangen een belangrijke rol kan spelen in het ervaren van gespannenheid of overspannenheid en dat het dus een bron van problemen kan zijn.
Het ontkennen, negeren, verdringen of juist navolgen zijn de ons meest bekende manieren van omgaan met verlangen. Of deze benaderingswijzen (op de langere termijn) ook altijd het hoogste geluks– en wijsheidsrendement geven is echter te betwijfelen.
Met de beoefening van inzichtsmeditatie raak je vertrouwd met een nieuwe benaderingswijze. Hierbij leer je een pad te volgen, waarbij je verlangens en behoeftes niet direct navolgt, maar ze ook niet verdringt of ontkent. Je leert om verlangens vaardig te hanteren door ze louter te observeren en te benoemen, zoals en zolang ze zich duidelijk manifesteren.
Dit geldt voor alle mogelijke vormen van verlangen. Voor het dagelijkse leven gaf de Boeddha als advies "je te onthouden van het onheilzame en het heilzame te cultiveren". Voor de beoefening van inzichtsmeditatie gaf hij echter een overstijgend advies, namelijk om "de geest te zuiveren". Hiermee doelde hij op het karmisch conditionerende effect van zowel onheilzame als ook van heilzaam gerichte verlangens. Beide vormen van verlangen werken conditionerend, als je ze tijdens de beoefening van meditatie niet integreert als meditatie-object. Je hoeft meditatief dus geen onderscheid te maken tussen heilzame en onheilzame verlangens of wensen. Ook de wens tot verlichting, tot het doen van goede daden of tot het (blijven) ervaren van heilzame staten van geest dienen geobserveerd en geregistreerd te worden, zoals en zolang ze zich duidelijk aan je voordoen.
Een essentiële schakel in het vaardig leren omgaan met verlangen is bewustwording. Als je je niet of maar half bewust bent van de aanwezigheid van verlangen, dan zul je bemerken dat je (onbewust) gevangen komt te zitten in het net van Mara. Dit is te vergelijken met autopech. Als je niet weet waardoor je auto niet goed loopt, dan kun je er ook niets aan doen. Op het moment dat de bron van ellende herkend wordt, kan de auto gemaakt worden.
Op een zelfde manier lijden we vaak als gevolg van het onbewust beheerst worden door verlangen. Boos worden helpt niet, innerlijk onderzoek wel. De beoefening van inzicht kun je dan ook zien als een innerlijk onderzoek bij uitstek, een bewustwordingsproces waarbij je langzamerhand meer zicht krijgt op tot dan toe onbewuste vormen en gevolgen van verlangen.
Een ander aandachtspunt is hoe je verlangen kunt voorkomen. In de boeddhistische psychologie wordt gesteld dat verlangen direct voortkomt uit onzorgvuldig of niet waargenomen fysieke en/of mentale gevoelens. Op het moment dat we iets horen, zien, ruiken, proeven, (aan)raken, denken of ervaren in het algemeen, ontstaat er namelijk tegelijkertijd een prettig, onprettig of neutraal gevoel1. Als deze gevoelens niet duidelijk herkend en geregistreerd worden, leiden zij gemakkelijk tot verlangen. Bij plezierige gevoelens leidt dit tot het verlangen om het gevoel of de situatie te behouden of opnieuw te ervaren. Bij onplezierige gevoelens leidt dit tot het verlangen om het gevoel of de situatie te beëindigen of kwijt te raken. Niet duidelijke herkende neutrale gevoelens leiden tenslotte gemakkelijk tot verwarring, twijfel rusteloosheid of verveling. Deze (ook niet duidelijk herkende) emoties kunnen weer leiden tot het verlangen tot duidelijkheid, zekerheid, rust of tot het ervaren van duidelijker en sterkere prikkels.
Een belangrijk preventief aandachtspunt is dus het ontwikkelen van opmerkzaamheid met betrekking tot plezierige, onplezierige en neutrale gevoelens, op het moment dat zij zich duidelijk manifesteren. Hierdoor wordt het verlangen niet gevoed en komt dus minder gemakkelijk op. En in het geval verlangen toch ontstaat, dan kan dit gebruikt worden als object van meditatie.
Het is goed om te beseffen dat je verlangens niet hoeft te be– of veroordelen2. Een vaak niet geziene valkuil in het vaardig omgaan met verlangen is namelijk dat we gauw geneigd zijn om het ervaren van verlangen negatief te beoordelen. Een dergelijke negatieve houding tegenover verlangen kan geworteld zijn in de opvoeding ("je mag niet begeren") of kan ontstaan als je leest of hoort dat meditatie leidt tot onthechting. Opmerkzaamheid is echter vriendelijk en accepterend van aard. Je hoeft verlangen dus niet te beschouwen als een vijand en kunt het als meditatie-object integreren in het meditatie-proces.
Op dat moment vindt er geen distantiëring plaats in de zin van het actief afstand doen van het object van begeerte. Toch is er sprake van een subtiele innerlijke onthechting. Door verlangen (of de daaruit voortgekomen gehechtheid) accepterend waar te nemen en te benoemen of te registreren als "verlangen", "gehechtheid", "wensen", "willen", "niet-willen", "weerstand" of als "aversie" wordt het namelijk geobjectiveerd. Je zit op dat moment namelijk niet meer in het verlangen, er is sprake van een subtiele innerlijke onthechting en dis-identificatie met betrekking tot het ervaren van verlangen. Zo kan verlangen of gehechtheid gebruikt worden als waardevol object van observatie en registratie, ieder moment dat het zich duidelijk manifesteert. Het vierde leger van Mara kan op deze manier getransformeerd en ingezet worden als het bevrijdingsleger van Vipassana-meditatie.
Voor de SIMsara bewerkte voorpublicatie van het door de uitgeverij Asoka in het najaar uit te geven boek "Zuiverheid, mededogen, wijsheid"(voorlopige titel).
1 Volgens de Abhidhamma (boeddhistische psychologie) kunnen alle zintuiglijke impressies gepaard gaan met een plezierig, onplezierig of neutraal gevoel behalve de tastzin. Doordat de tastzin minder verfijnd van aard is, worden fysiek gezien alleen plezierige en onplezierige gevoelens waargenomen.
2 En in het geval je toch een oordeel velt over de aanwezigheid van een vorm van verlangen, dan kun je dit (ver)oordelen weer opmerken als zodanig.
|