Het aannemen van de vijf voorschriften voor leken | SIM – Stichting Inzichts Meditatie
Untitled Document

Het aannemen van de vijf voorschriften voor leken -  Emiel Smulders

Niet iedereen is in staat om zich een tijd uit de wereld terug te trekken, in een tempel te gaan leven en een monnikskleed aan te trekken. Velen hebben een verplichting aan ouders, vrouw of kinderen of vinden een dergelijke stap niet aantrekkelijk, nodig of zinvol. Omdat er ook in de tijd van de Boeddha leken waren die de behoefte hadden zijn leer te volgen zonder in te treden, zijn voor hen de 227 regels die gelden voor monniken teruggebracht tot de essentie: de vijf voorschriften. De vijf voorschriften worden in een ceremonie door een monnik of boeddhistisch leraar gegeven en ‘aangenomen’ door de persoon die deze in zijn of haar toekomst als leidraad wil gaan toepassen. Hij/zij neemt zich voor de voorschriften te volgen en is daarmee opgenomen in de gemeenschap van boeddhisten, de Sangha voor leken. Om de ceremonie meer waarde en kracht te geven is het goed om van tevoren goed voorbereid en goed geïnformeerd te zijn over de principes en de doelen van het boeddhisme. Daarnaast is het raadzaam om een pas op de plaats te maken en in het verleden terug te blikken of er ernstige overtredingen van deze voorschriften zijn geweest. Zo ja, overleg dan met je leraar hoe je daar het best me kan omgaan, zodat je ‘onbelast’ de vijf voorschriften kan aannemen.

In het boeddhisme is het niet zo dat de regels dwingende voorschriften zijn die slaafs opgevolgd moeten worden en dat bij overtredingen zware straffen op aarde of in de hemel zullen volgen. Men neemt de voorschriften als leidraad voor het zuiveren van het eigen moreel gedrag. Dat is wat goed karma in de toekomst gaat geven en het oude karma tot een einde brengt. Het gewaar zijn van de vijf voorschriften, gewaar zijn van de neiging om de regels te overtreden of gewaar zijn dat een regel overtreden is, is belangrijk. Je neemt de regels zelf aan, je bewaakt ze zelf en je roept jezelf tot de orde als het nodig is en je neemt zelf de verantwoordelijkheid voor het herstellen van je fouten. Een boeddhistisch leraar kan je helpen bij je bewustwordings-proces en je adviseren wat te doen als een regel overtreden is, maar het is jouw aangelegenheid.

De vijf voorschriften voor leken boeddhisten zijn:

  1. Geen levende wezens doden.
  2. Niet nemen wat niet gegeven is.
  3. Geen ongepast seksueel gedrag.
  4. Geen onwaarheid spreken.
  5. Geen verslavende of verdovende middelen nemen.

Geen enkele boeddhist verwacht dat de voorschriften nooit overtreden worden. Dat is niet reëel omdat ze er juist voor zijn om er van te leren, de geest te zuiveren en moreel besef te ontwikkelen. Als een voorschrift eenmaal overtreden is, en dat is zo gebeurd, ben je hem ‘kwijtgeraakt’. Door de schade te herstellen en opnieuw jezelf tot bestudering en aanvaarding van de vijf voorschriften aan te zetten adopteer je ze opnieuw als een leidraad in het leven. Die aanname kan je telkens weer bekrachtigen door de initiatietekst voor jezelf uit te spreken of in een ontmoeting met een monnik of leraar ze opnieuw te bevestigen.

1. Geen levende wezens doden.

Geen levende wezens doden is vanuit onze eigen cultuur gezien een vertrouwde regel, lijkt makkelijk op te volgen, maar is tegelijkertijd moeilijk te realiseren. Oorlogen, massale uitroeiingen, gewapend geweld en moorden zijn niet weg te denken uit onze maatschappij. Velen zijn gedood of hebben gedood in naam van een religie, een ideologie of om een idee of een materieel goed te verdedigen of gewoonweg uit lust. Het lijkt moeilijk om manieren te vinden om zonder te doden onze maatschappij te besturen en ons leven te managen. Het boeddhisme heeft het niet alleen over het ‘grote’ doden maar ook over het doden van alle vormen van levende wezens. Daar horen dieren bij, ook de kleintjes, de insecten, de mieren en vlooien. Toch zijn er situaties waarbij mensen gedwongen worden te doden, bijvoorbeeld als zelfverdediging of om ziekte te voorkomen. (Veel medicijnen doden dierlijke organismen). Waar het in deze regel vooral om gaat is dat men niet vanuit een bewuste mentale instelling doodt of vanuit onachtzaam gedrag. Een van de monniken kwam naar de Boeddha om hem te vertellen dat hij dode kevers op het pad had gezien van een andere monnik. ‘Die monnik heeft de regel overtreden’, waarschuwde hij de Boeddha. De Boeddha antwoordde dat het niet mogelijk was daar de monnik in kwestie de staat van verlichting bereikt had en daarom niet in staat was om ‘bewust’ een ander levend wezen te doden. ‘Daarbij‘, zei de Boeddha, ‘de kevers zijn gedood tijdens zijn nachtelijke loopmeditatie, het was donker en daardoor kon hij niet weten dat ze er waren en dus kon hij ook niet vermijden om op ze te trappen’. Het gaat er om dat er een bewuste intentie is tot doden en ook een bewust gepleegde daad.

Tibetaanse boeren verwijderen eerst het dierlijk leven uit de grond voor ze er een huis op gaan bouwen. Het voorschrift “Geen levende wezens doden” is diep in hun cultuur geïntegreerd. De Dalai Lama is een levend voorbeeld van een leider; hij is de leider van een volk dat zwaar met de dood is geconfronteerd door de Chinezen en toch pogingen blijft doen om het voorschrift toe te passen.

In een nadere uitwerking van dit voorschrift geldt dat het hebben van een beroep waarbij gedood moet worden zoals, slachter, jager of meedoen aan gewapende criminele activiteiten of anderen aanzetten tot doden taboe.

2. Niet nemen wat niet gegeven is.

Het was mijn eerste ochtend in het Chanmyay Yeiktha Meditatie Centrum in Rangoon toen een rijzige monnik achter het gordijn vandaan kwam en me uitnodigde om zijn ruimte binnen te komen. Naast zijn bed, een leunstoel en een meditatiematje stond een tafel met daarop een dienblad. Op het dienblad stonden kommetjes met rijst, een beetje vlees en groente. Een theepotje stond ernaast. Het was al laat in de ochtend en de monnik vroeg me of ik hem het eten wilde aanbieden, want hij had honger. Ik keek hem wat vragend aan en begreep zijn verzoek niet. ‘Ik mag niet nemen wat me niet gegeven is’, legde hij me uit, ‘en de hele ochtend is hier nog niemand geweest’. ‘Dan pak je het toch, wat maakt dat nu uit’, dacht ik nog, maar met een devoot gebaar tipte ik met twee vingers het voedsel aan en gaf het hem als een geschenk. Voor monniken is het observeren van deze regel belangrijk. Een beetje honger confronteerde me met het feit hoe lastig opvolging van deze regel was. Maanden later reisde ik met de trein van Bangkok naar Noord-Thailand om een meditatie retraite in de jungle te gaan doen. De treinreis duurde meer dan 24 uur. Sinds de vroege ochtend van de vorige dag had ik niet gegeten en gedronken. Ik had honger en dorst en zat onwennig in mijn nieuwe monnikspij in een hoekje van de coupé. Niemand merkte mij op. Niemand gaf mij Dana (een gift van voedsel van leken aan monniken). Ik begon aardig uit te drogen en had al uren lang mijn inwendige reactie op honger kunnen observeren en moest telkens de neiging om aandacht te trekken en te vragen onderdrukken. Dana moet gegeven worden. Water echter is een uitzondering, dat mag wel gevraagd en zelfs gepakt worden. Toen aan het eind van de ochtend de waterverkopers in de trein langskwamen besloot ik om een fles water te vragen. Met een buiging voor de Boeddha en de Sangha kreeg ik het water en hoefde niet te betalen. De mensen in de coupé realiseerden zich toen pas dat er een monnik in hun treinstel zat en schaamden zich dat ze hem niets te eten hadden aangeboden. Nog net voor het middaguur (na het middaguur eten monniken niet meer) kreeg ik een ruime hoeveelheid voedsel aangeboden. Gelukkig maar. Ik had op een diep niveau geleerd wat het betekende om de regel “Niet nemen wat niet gegeven is” te observeren.

Ik denk dat deze regel helder is. Alle vormen van stelen, frauderen, chanteren en toe-eigenen zonder dat de eigenaar hier van weet, vallen hier onder. Op een diepere laag van het bewustzijn kan je ook onderzoeken of contractbreuk, geldwoeker, iets te duur verkopen, slordig omgaan met gegeven huwelijksbeloften, kopie- en auteursrechten overtreden, betekenen voor je eigen gemoedsrust en het veroorzaken van lijden voor anderen. Nog weer verder kan je kijken of roofbouw op de natuur, uit winstbejag genadeloos omhakken van (oer)bossen, uitbuiten van kinderen in lage lonen landen ook geen vormen van stelen zijn die uiteindelijk een negatief karma veroorzaken.

3. Geen ongepast seksueel gedrag.

Voor monniken geldt dat ze afzien van alle seksuele handelingen. Flirten is al gevaarlijk, seksuele omgang met vrouwen taboe en zelfs aanraken is verboden. Homoseksuele contacten, pedoseksuele relaties, masturberen, copuleren met dieren, of andere varianten op het thema seks vallen allemaal onder deze regel. Dat dit voorschrift moeilijk te observeren en makkelijk te overtreden is, laat zich denken. Op zich heeft de Boeddha zich nooit in morele zin uitgesproken dat seksuele ontmoetingen laakbaar zijn. Echter van monniken wordt verwacht dat zij hun tijd steken in studie en meditatie.

Ik reisde als toerist met mijn kind door Thailand en bezocht een achteraf gelegen tempel in Chiang Mai. Op het grote tempelplein kwam een groepje jonge monniken vrolijk op ons afrennen. Ze bewonderden de baby, pakte het op mijn uitnodiging van mij aan en speelden met het kind. Een van de monniken vroeg me hoe hij heette. ‘Het is een meisje’, antwoordde ik en ik noemde haar naam. Vol schrik gaven ze me het meisje terug en liepen schuldig van ons weg. Ik besprak het voorval met de abt van de tempel, die met veel plezier met mijn dochter speelde en haar vrijelijk optilde. ‘De jonge monniken hebben nog geen wijsheid’, zei hij lachend, ‘daardoor gaan ze te letterlijk met de voorschriften om, maar het weerhoudt hen ervan om achter meisjes aan te gaan’.

Voor leken boeddhisten gelden de strenge voorschriften op dit gebied niet. Het is ook belangrijk de regel in de context van de cultuur te plaatsen. Ik herinner me een lezing van mijn Birmese leraar Sayadaw U Janakabhivamsa over het voorschrift van “Geen ongepast seksueel gedrag”. Hij was voor het eerst in Nederland en had het idee dat hier alles kon. Mannen kussen mannen, vrouwen gaan met vrouwen. ‘Er is veel vrijheid bij jullie op dit gebied, meer dan in Birma. Je moet deze regel in de context van de maatschappij zien. Hier kan alles’, zei hij. Dat is natuurlijk niet waar want als we dieper in onze seksuele aangelegenheden kijken dan zien we dat veel lijden veroorzaakt wordt door een dubieuze moraal. Het is goed om deze regel te observeren en als leidraad voor seksueel gedrag aan te nemen. Afgedwongen seksuele handelingen, verkrachting en incest vallen natuurlijk hieronder. Maar ook, seks als machtsmiddel, ongewenste intimiteiten, seksistische taal, en verhulde seksuele bedoelingen, kan je hieronder observeren. Onderzoek telkens voor jezelf of bepaald denken of gedrag voor jezelf en voor anderen lijden met zich meebrengt. Laat dat achterwege, herstel de schade waar mogelijk en doe het niet weer, dat zal gemoedsrust brengen en onrust wegnemen.

4. Geen onwaarheid spreken.

Ik reed in een oude auto met mijn Birmese vriend U Ba Wai door de drukke straten van Rangoon. Terwijl hij claxonneerde naar het verkeer vroeg hij me welke van de vijf regels het moeilijkst op te volgen is. Ik moest er over nadenken. ‘Geen ongeoorloofde seks’, zei ik hem en dacht aan een paar uitglijders die ik gemaakt had. ‘Ik denk het niet’, zei hij, ‘de regel niet doden is misschien wel het makkelijkst op te volgen, want je loopt niet iedere dag rond met de bedoeling iemand te vermoorden. Je bent ook niet ieder dag in de verleiding wat betreft ongeoorloofde seks. Maar met de regel “Geen onwaarheid spreken” wordt je meerdere keren per dag geconfronteerd.’ Hij vertelde dat hij zakenman was en dat de verleiding groot was om bijvoorbeeld de inkoopprijs van een product voor te stellen als hoger om een grotere winst met de verkoop kunnen maken. Hoe vaak doen we ons beter voor dan we zijn of bouwen we aan een zaken imago om te imponeren? Hoe vaak overdrijven we een situatie omdat we er dan beter uit te voorschijn komen? Nadat ik de woorden van U Ba Wai geproefd had kon ik hem makkelijk gelijk geven.

Het opvolgen van de regel geeft een diepe gemoedsrust omdat de geest niet hoeft te twijfelen. Goed liegen is lastig, er gaat veel aandacht en energie in zitten om een leugen aannemelijk en consistent te houden. Iedereen die een boekhouding voor de belastingen bijhoudt kan hier over meepraten. Ik ken iemand die raapte bonnetjes van de straat op om als aftrekpost op te voeren. Maar er zijn meer kwalijke vormen van onwaarheid spreken, denk maar aan roddel of achterklap. Roddelen keert zich vaak tegen de roddelaar, maar daarbij veroorzaakt de ‘roddeltante’ zowel voor zichzelf als voor anderen veel lijden. Vriendschappen kunnen door roddelen verstoord worden, relaties verbroken en ruzies begonnen. Doch, soms is het moeilijk om te weten wat roddelen is. ‘Is iemand waarschuwen voor negatieve bedoelingen van een ander roddelen?’, vroeg iemand. ‘Nee’, was mijn antwoord. Voor mezelf hanteer ik de regel dat als ik negatieve gevoelens over een ander met me mee draag, dat ik die tegenover die persoon in kwestie uitspreek en niet tegen een derde. Of als ik over een ander praat, dat wat ik zeg ik ook tegen de persoon in kwestie zou kunnen zeggen. Zoniet, dan ben ik bezig met kwaadspreken. Het volgende dat ik hanteer is dat als ik handelingen doe waar ik in de toekomst over zou moeten liegen, ik die liever nalaat. Observeren en opvolgen van de regel “Geen onwaarheid spreken” geeft uiteindelijk een enorme gemoedsrust en is daarom de moeite van het nastreven waard .

5. Geen bedwelmende of verslavende middelen nemen.

Het pad van de Dharma is een pad waarbij het bewustzijn wordt ontwikkeld tot op het hoogste niveau van alertheid. Zonder alertheid ontstaat geen helder inzicht in de aard van het leven, en is het niet mogelijk om de transformatie van het gewone bewustzijn naar het ‘verlicht bewustzijn’ te maken. Door het beoefenen van de vijf voorschriften, het bestuderen van het boeddhistische gedachtegoed en het beoefenen van Vipassanã-meditatie zuivert de mediteerder zijn geest, ontwikkelt moreel besef en creëert een heldere bewustzijnsstaat.

Alcohol, drugs of andere verdovende en verslavende middelen staan hier lijnrecht tegenover omdat deze middelen de neiging hebben de geest te verduisteren en het bewustzijn te reduceren tot nul. Daarbij komt dat onder invloed van alcohol en drugs het reactie en oordeelvermogen worden aangetast waardoor onvoorzichtigheid wordt veroorzaakt. Dit kan leiden tot het veroorzaken van ongelukken waarbij je anderen ernstig letsel kunt bezorgen (denk aan rijden onder invloed) of het kan maken dat je bijvoorbeeld je agressie niet meer onder controle hebt en op die manier jezelf en anderen schade berokkent of verkeerde beslissingen neemt. Veel geweld in het uitgaansleven gebeurt onder invloed van drank of drugs.

Een ander facet van het gebruik van verdovende middelen is dat het hunkeren naar de stof je zo kan obsederen dat je daar alleen maar mee bezig bent en in extreme gevallen men bereid is om er voor te stelen of te moorden.

Mijn leraar Dhiravamsa kondigde na een intensieve Vipassanã- retraite aan dat we de laatste avond feest zouden vieren. ‘Ha fijn, gezellig’, reageerde ik spontaan en open, ‘dan gaan we wijn drinken’. ‘Heb jij alcohol nodig om te kunnen feesten’, reageerde hij vriendelijk en zonder een spoor van opdringerigheid. Ik realiseerde me dat ik de overtuiging had dat feest en gezelligheid samengaat met alcohol, veel alcohol.

Gebruikers van verslavende en verdovende middelen hebben vaak duizenden excuses voor zichzelf en evenzoveel verwijten aan hun medemens, maatschappij of hun God om het gebruik ervan te rechtvaardigen.

Het observeren van dit voorschrift zal je geestelijk scherp en helder houden en een voorspoedige progressie op het spirituele pad geven.

Terug