Discipline, concentratie, wijsheid in Vipassana-meditatie - Eerwaarde Mettavihari
Dhammatalk door Eerwaarde Mettavihari op 1 december 2001 , vertaald en bewerkt door Jotika Hermsen en Paul Boersma
Wat je in de Vipassana beoefent is sila, samadhi en pañña. Dit zijn de drie hoofdobjecten om je op te richten. Sila is discipline. Samadhi is concentratie. Pañña is wijsheid of inzicht.
Geen vrijheid zonder discipline. Wij houden niet van het woord discipline. We ergeren ons misschien, maar dat is niet nodig. In ieder werk heb je discipline nodig. Discipline leidt tot vrijheid. Dat is wat we hier doen: eraan werken dat we vrij worden. Het doel van de meditatie is vrijheid. Discipline kun je beschouwen als wisselgeld. Je moet onderhandelen om vrijheid te verkrijgen. Met discipline heb je iets om te ruilen. Als je geen discipline hebt zul je nooit weten wat vrijheid is. Zonder discipline zijn we een hoopje chaos en misleiding.
Wanneer je discipline goed is zal al je werk slagen. Zonder discipline maak je je taken niet af, of stop je midden op de weg. Dat geeft problemen. Als je iets doet heb je ook motivatie nodig en vastberadenheid. Soms kan het erg moeilijk zijn om door te gaan, maar je geeft niet toe aan de problemen en je geeft je doel niet op. Voor degenen die veertien dagen blijven is een weekend niet lang, maar voor nieuwkomers kan het behoorlijk lang zijn. Een behoorlijke job. Er is veel te doen. Je hebt dus vastberadenheid nodig. Deze kwaliteiten maken je werk compleet en succesvol. Dit alles heeft discipline nodig.
Bij het beoefenen van Vipassana is discipline misschien nog wel makkelijker dan in het dagelijkse leven. In Vipassana-meditatie betrekken we de discipline op de zes zintuigen.
De zes zintuigen zijn de basis voor de discipline. Je hoeft ’t niet te maken, het komt tot je. Het contact van de zintuigen komt naar je toe. Met dat contact ontstaat de discipline. Als je het contact mist of als je er geen gebruik van maakt dan is er geen discipline. Als er geen discipline is kan het volgende object, de concentratie niet groeien.
De concentratie waarover wij spreken is momentane concentratie. Je hebt geen diepe, lange of volle concentratie nodig: enkel van moment tot moment. Je hoeft enkel van moment tot moment op te merken en te benoemen. Dat wil zeggen dat ieder moment van opmerken of benoemen het beoefenen is van discipline en concentratie. Als je het op tijd doet en met betrekking tot het juiste object dan verkrijg je wijsheid. Dan heb je dus alle drie objecten tezamen, namelijk discipline, concentratie en wijsheid. Deze drie bepalen elkaar. In feite hoef je je niet af te vragen: ,,Wanneer zal ik wijsheid verwerkelijken?’’ Dat gebeurt op het moment van het zintuiglijk contact. Dat is Vipassana beoefenen.
Hebben jullie allemaal kennis van de zes zintuigen? We werken met lichaam en geest. In dit samenstel van lichaam en geest is de geest de leider. Je hebt de instructie gekregen te oefenen op de vier gebieden van opmerkzaamheid nl. lichaam, gevoel, bewustzijn en ,,mind objects’’ ofwel conditionering. Als je Vipassana-meditatie beoefent moet je de hele tijd op tijd aanwezig zijn op deze vier gebieden. Altijd slechts op één gebied tegelijk, nooit op twee gebieden tegelijk. Ook niet te vroeg of te laat. Als je precies op tijd bent eindigt het object en heb je niets meer te doen.
De zes zintuigen.
Je kunt de vier gebieden herkennen door de zes zintuigen. De herkenning komt tot stand door het contact. Je beoefent discipline op het moment dat dat je zegt ,,zien’’ en je het visuele object ziet. Je ziet hoe verschillend deze discipline van normale discipline is. Deze discipline is innerlijk. Gewoonlijk loop je rond en je ziet, maar je maakt geen notitie van het object. Wat gebeurt er dan? Je ondergaat de invloed van hetgeen je ziet. Je vindt het mooi, lelijk, aantrekkelijk, of onaantrekkelijk. Dit is afhankelijk van je conditionering of voorkeur en afkeer. Er is dan tanha (het verlangen naar iets of om met iets te zijn) of vibhava tanha (het verlangen om niet met iets te zijn). Op dat moment word je al beschadigd. In ons dagelijks leven lopen we de hele tijd beschadigingen op. Zo gauw je iets mist of aangetrokken wordt, word je geduwd, voortgestuwd. Dat is pijnlijk. Dat is niet prettig, maar soms houd je ervan en zoek je het op, want we zijn een beetje gek. We hebben een soort van gekte waardoor we prikkels nodig hebben en we geduwd willen worden. Een bepaalde pijn is aantrekkelijk, te veel pijn niet.
Als je zien noteert dan is er discipline aanwezig. Hetzelfde geldt voor horen, dan is er een auditief object. Soms probeer je te mediteren en een geluid komt je verstoren. Als je niet noteert horen, dan word je beïnvloed door het contact van het geluid aan je oor. Zo gauw je beïnvloed wordt ben je niet vrij. Je hoort omdat je niet doof bent, je kunt het niet vermijden, waar je ook gaat, ook als het heel stil is hoor je, of je hoort jezelf. Echter, als je noteert “horen, horen”, terwijl je bewust bent van het contact van het zintuig, dan ben je vrij.
Soms krijg je bepaalde ideeën door horen als je zeer diep in de concentratie bent. Je hoort dan stemmen of geluid, speciaal in diepe concentratie hoor je een diepe stem. Dit kan gevaarlijk zijn als je geen vaardigheid hebt ontwikkeld om te noteren of te benoemen. Als je diep gaat verbreek je alle contact, maar je oor blijft horen. De vraag is dan: ,,Waarom blijf ik horen?’’
Omdat het idee van horen sterk is. Het innerlijke hoorbewustzijn is zeer sterk, is zeer duidelijk. Je hoort zeer diep een stem of een geluid, dat kan gebeuren. Als het je beïnvloedt kan dat gevaarlijk zijn, speciaal als je geen begeleiding hebt. Wat kun je doen om dit te voorkomen? Je maakt direct een notitie. Het maakt niet uit of je echt hoort of dat het een idee is, zo gauw je je bewust wordt van dit auditieve object noteer je het. Stem of geluid is buiten, hoorbewustzijn is binnen, in jou.
Je noteert “horen, horen”, je beoefent Vipassana, je laat je niet door het geluid beïnvloeden. Als je dit kunt doen beoefen je sila en samadhi. Ieder moment als je een notitie maakt is de vraag weg. Je hoeft niet meer te vragen: “Wat hoor ik?” Je hebt geen tijd, want je moet noteren “horen, horen”. Je hebt geen tijd om te vragen: “Wat hoor ik toch?” Tegelijkertijd kan er ook geen voorkeur ontstaan, b.v. om enkel maar goeie dingen te horen of geen onaantrekkelijke dingen te horen. Dus geen voorkeuren. Wij adviseren om onafgebroken opmerkzaamheid te ontwikkelen op de vier gebieden namelijk lichaam, gevoelens, bewustzijn en de geestobjecten.
Horen is automatisch mind-object. Waarom? We zijn niet vrij. Iedere keer als je hoort ontstaat er voorkeur of afkeer, of minstens een vorm van irritatie of beïnvloeding. Alles komt je bewustzijn beïnvloeden. Het beïnvloedt je geest, daarom noemen we het geestes-object of mind-object. Alles wat je geest, je mind beïnvloedt noemen we mind-object. Deze vierde van de grondslagen van de Vipassana-meditatie noemen we dhamma-nupassana. Dit zijn de natuurlijke verschijnselen van het bewustzijn, die in contact komen met buiten en binnen en je beïnvloeden.
Dus als je geluid hoort en een notitie maakt, kan dat je helpen om niet verstoord te worden. Sommige mensen hebben veel last van geluid. Probeer in praktijk te brengen wat ik zeg, dat zal je goed doen. Mocht je het object missen of jezelf inlaten met horen dan krijg je problemen en ben je onvrij.
Ruiken.
Je behandelt de reuk op dezelfde manier als het horen: “ruiken, ruiken”. Als je ’t prettig vindt merk je op “prettig, prettig”, of als je het niet prettig vindt “onprettig”. Als je de slechte geur van je buurman ruikt, zweet of wat ook, dan noteer je “ruiken” of “onprettig” en je voorkomt irritatie met je buurman.
Proeven.
Elke dag hebben we voeding nodig. Je tong gebruik je elke dag. Door het contact van het voedsel met de tong ontstaat het proeven. Je noteert “proeven”, of als je ’t lekker vindt “aangenaam”, “lekker”. Dit doe je op tijd, de hele tijd. Je moet vlug zijn met noteren: “proeven, proeven”, anders ben je te laat. Is dit het geval dan neem je de tweede kans waar en noteer je “heerlijk”, “lekker”. Je bent een beetje te laat, maar niet te laat.
Lichaam.
Soms voel je koud of warm, hard of zacht. Dat is lichaamscontact. Als je bijvoorbeeld gaat zitten op je kussen en je vindt dit prettig, dan moet je dit noteren. Het is niet toegestaan dit prettig te vinden. Dan komt de vraag op: wat nu, mag ik nergens meer van genieten? Wat is dat voor leven? Je moet opgeven. Je moet je voorkeuren opgeven. Waarom? Je onderhandelt voor vrijheid. Als je er te veel in opgaat word je beïnvloed, en als je langer zit wordt het zitten onprettig. Hetzelfde kussen verandert van zacht in hard en zie hier: de afkeer komt op. Je hebt geen zin meer om te blijven zitten. Je noteert “hard, hard”. Dit is fysiek contact. Als je het onprettig vindt, kom je bij mentaal contact: “onprettig”. Je geest heeft afkeer, je geest wendt zich af. Aangenaam en onaangenaam is een ander object dan hard en zacht. De ervaring van hard en zacht hoort bij ’t lichaamscontact. Aangenaam en onaangenaam hoort bij mind-object, niet bij ’t contact zelf.
Geest.
Je geest heeft niet alleen deel aan fysiek contact. Er is perceptie: je herinnert je iets, daarna maak je je zorgen, je hebt voorkeur, je wilt iets hebben. Dit is een voorbeeld van een denkbaar object (denken) je denkt over iets, waardoor voorkeur of afkeer ontstaat. Vergelijk fysiek object: hard en zacht groeit naar mentaal object: voorkeur en afkeer. Als je je gedachten tijdig opmerkt, is er geen tijd om voorkeur en afkeer te laten groeien. Als je niet vlug bent met het noteren, dan veranderen je gedachten in aangenaam en onaangenaam, in voorkeur en afkeer.
Verschil tussen bewustzijn en conditionering.
Herinneren is bewustzijn, is denken. Je herinnert je bepaalde dingen, dit is een gedachte. Wanneer je noteert is er geen gedachte. Opmerkzaamheid kan niet samengaan met het object.
Als je de zuivering van discipline, de zuivering van geest, en de zuivering van twijfel beoefent dan ben je op tijd met het benoemen van je gedachten. Zuivering van discipline vindt plaats door het bewaken van de zintuigen. Zuivering van de geest vindt plaats door momentane concentratie. Zuivering van de twijfel vindt plaats door het loslaten van de vragen. De vraag ,”wat?’’ verwijst naar twijfel in deze context. De pure discipline, de pure geest heeft geen vragen meer naar wat. Als er geen vraag naar wat is, is er geen twijfel meer.
Bijvoorbeeld je herkent de gedachte, je herinnert je iets, maar je noteert meteen “denken”, of “herinnering”. Op deze manier wordt de herinnering voortijdig beëindigd. Het kind kan niet komen. De gedachte komt eraan, je noteert en de geboorte wordt voorkomen. Je doet aan anticonceptie. Niets kan gebeuren. Als je geen anticonceptie toepast heb je steevast een last te dragen. Natuurlijk vindt je het fijn om kinderen te hebben, maar het is ook een last. In de Vipassana-meditatie pas je anticonceptie toe door de verschillende zuiveringen: van discipline, van geest en van twijfel.
Je bent daardoor veilig, je hebt geen last te dragen; je hoeft niet voor het kind te zorgen. In deze context betekent dit karma. Ieder moment vermeerderen we ons karma en karma komt ons achterna. Het goede conditioneert ons, het slechte conditioneert ons ook. We zijn niet vrij. De reden is dat we veel dingen gedaan hebben in vorige levens of in dit leven. Je daden volgen je, zijn een last voor je, ze komen op in je geest, je wordt je ervan bewust en je moet er aandacht aan besteden.
Als je anticonceptie kunt toepassen d.m.v. het bewaken van de zintuigen, met momentane concentratie en geen gevraag meer naar “wat”, ben je vrij. Je hebt geen tijd om te denken tijdens de Vipassana-meditatie. Je hebt geen tijd om je iets af te vragen, zelfs niet over wat ik nu zeg.
Zeggen hier, de woorden hier, is niet hetzelfde als het praktiseren daar. Mijn woord is niet jouw beleving. Het verschil is het aanraken van de spiegel of het aanraken van je eigen gezicht. Je gezicht in de spiegel is niet echt, het is illusie. Je voelt niets als je de spiegel aanraakt. Je moet je eigen gezicht aanraken. Mijn woorden helpen je om te reflecteren op je eigen meditatie-ervaringen. Als je de illusie van het zintuigcontact volgt, brengt dit je naar buiten, buiten is niet reëel. Het is niet jou, het doet je hechten. Zoals met de spiegel, je ziet en je moet wat: mooi gezicht, lelijk gezicht, voorkeur, afkeer. Je wordt weer geduwd. Je bent niet vrij.
Het beoefenen van Vipassana is de weg om tot vrijheid te komen, vrijheid te ervaren en vrijheid te begrijpen, door discipline, concentratie en wijsheid. Zonder deze drie is er geen echte vrijheid. Ik hoor mensen zeggen: ik heb een rommelig leven, maar ik ben vrij, ik doe wat ik wil. Maar op ’t einde hebben ze meer problemen dan wie ook. Dit soort vrijheid is geen vrijheid. De echte vrijheid komt enkel door wat wij nu doen: het praktiseren van sila, samadhi en pañña. Waar kun je dat beoefenen? Op de zes zintuigen. Je hoeft ’t niet te maken, je hoeft er ook niet naar te zoeken, het is van jou, het is in jou de hele tijd. Daarom zeggen we: Vipassana is voor mensen.
Indriya
De zintuigen moeten voldoende kracht hebben en wel de kracht om ’t contact te ontvangen. Als een van de zintuigen niet, of niet voldoende werkt wordt het moeilijk om Vipassana succesvol te beoefenen. Als je doof bent kun je niet horen, dan kun je enkel concentratie beoefenen, want een van de sila’s is niet gezuiverd in ons leven. In ons leven groeit karma met ons. In het Engels noemen ze onzuiverheid (kilesa, asava) ,,canker’’. Dit is te vergelijken met ziekte. Het groeit door de zes zintuigen. Door horen, zien, ruiken, proeven, fysiek contact en mentaal contact. Zo groeit ons karma. We kunnen het verminderen door de zintuigen te bewaken. ’t Komt binnen door het oor, het gaat eruit door het oor. Door dezelfde deur waardoor karma binnenkomt, moet het ook gezuiverd worden.
’t Gaat eruit door de verschillende faculteiten/afdelingen. Wij zijn als een universiteit met zes afdelingen. We kunnen op zes afdelingen leren. Verlichting betekent dat je alle zes afdelingen hebt doorlopen. We studeren drie zaken: sila, samadhi en pañña. Deze hoef je enkel maar te zuiveren. Vervolgens leer je zonder een diploma te krijgen. Je diplomeert jezelf als je zeer goed bent in het opmerken van horen, zien, ruiken, proeven enz. Verlichting kan door de zes zintuigen komen, is niet ver weg. Je bent heel dichtbij, je ruikt het de hele tijd, maar je raakt het nog net niet, omdat je je huiswerk nog niet voldoende hebt gemaakt. We komen hier in de retraite om huiswerk te maken. In het dagelijks leven gaat dat niet zo gemakkelijk. Je hebt veel verplichtingen naar buiten, maar hier zit je nu op je eigen universiteit. Je werkt hier aan je eigen vervolmaking, je eigen voltooiing. Je weet nu dat je hier iets goeds doet en iets dat juist is voor jezelf.
Ik wil je aanmoedigen om je oefeningen niet te onderschatten In de satipatthana-sutta staat dat je in 12 uur verlicht kunt zijn. Er is niet veel te zeggen, maar wel veel te doen. Je moet de hele tijd op tijd zijn. Wij zijn niet op tijd. Wij zijn te vroeg of te laat en dan kan er geen verlichting plaatsvinden. Vergelijk het met vuur maken met twee stukjes droog hout. Je moet zonder onderbreking blijven wrijven wil je vuur krijgen. De weg naar verlichting betreft altijd terugkomen bij lichaam, gevoelens, denken en conditioneringen. Als je de discipline kunt blijven houden volgt de verlichting. Discipline leidt tot geluk. Discipline leidt tot verkrijgen van bezit, zowel werelds als geestelijk. Discipline leidt tot nibbana (eeuwig geluk). Bij alles wat je doet heb je discipline nodig. Onderschat dit niet. Denk niet dat discipline slecht is. Het is slecht voor je ego, maar niet voor je spirituele ontwikkeling, persoonlijk geluk en verlichting. Dank je voor het luisteren. Ik hoop dat je een goede retraite hebt.
 |