Poorten tot bewustwording (deel 2) - De poortloze poort van het eeuwige heden
Een fragment uit het boek ‘After the Ecstacy the Laundry’ van Jack Kornfield (vertaling: Marjo Oosterhoff)
Soms ontmoeten we heel wijze mensen die nooit een bijzondere reis gemaakt hebben, nooit een systematische spirituele praktijk hebben beoefend, nooit een mystieke ervaring beleefd hebben. Zij kunnen verschijnen in de vorm van de gulhartige en liefdevolle persoon van de kinderopvang, de wijze vrouw of man die in de plaatselijke boekhandel werkt, of de mededogende grootmoeder die door de hele gemeenschap gerespecteerd wordt. Dergelijke mensen stralen wijsheid, directheid en een dankbaar en vrij hart uit. Ze zijn een voorbeeld van mensen die niet bang zijn om te leven, lief te hebben en los te laten.
Dergelijke mensen roepen,wanneer we spreken over het betreden van een spiritueel pad, een bepaalde vraag bij ons op. Hoe zit het met hen die vele jaren lang praktiseren, steeds verder groeien in wijsheid, maar nooit bijzondere of opmerkelijke ervaringen van genade, satori of verlichting hebben? Dit komt toch ook veel voor. Hoe kan dat?
Het onderzoeken van deze voorbeelden helpt ons om een mogelijke verwarring ongedaan te maken die door de vorige hoofd-stukken ontstaan kan zijn. Net zoals er gevaar in schuilt wanneer een beschaving het proces van initiatie en de ervaringen van satori en verlichting negeert, zo is er ook een bepaald risico verbonden aan een te gedetailleerde beschrijving ervan. Het risico is dat ze een al te belangrijke plaats in ons denken gaan innemen, of dat we deze verhalen verheerlijken en gaan geloven dat dergelijke ervaringen noodzakelijk zijn om een spiritueel leven te kunnen leiden. Maar als we ons een of andere speciale ervaring tot doel stellen, zijn we wellicht jarenlang op zoek naar dat doel buiten onszelf, hunkerend naar iets dat al in ons aanwezig is. Of we gaan misschien twijfelen aan onszelf en aan onze eigen ervaringen, en ons hart en geestelijk leven als onvolmaakt en ontoereikend beschouwen.
Toen ik naar mijn leraar Ajahn Chah terugkeerde nadat ik in andere kloosters een lange periode van intensieve training achter de rug had, vertelde ik hem over de inzichten en bijzondere ervaringen die ik had gehad. Hij luisterde vriendelijk en reageerde met: ‘Dit alles is slechts nog meer om los te laten, nietwaar?’
We moeten niet vergeten dat waar we naar toegaan hier is, dat elke beoefening eenvoudigweg een manier is om ons hart open te stellen voor wat zich aan ons voordoet. Waar we zijn is al het pad en het doel.
Toen men de Boeddha eens vroeg naar het pad van beoefening, legde hij uit dat er vier manieren zijn waarop ons geestelijk leven zich kan ontvouwen. De eerste manier is snel en met vreugde, waarbij openstaan en loslaten als vanzelf gebeuren, als een vlot verlopende bevalling, vergezeld gaande van blijdschap en verrukking. De tweede manier is snel maar moeizaam. Op dit pad komen we wellicht een sterke bijna-dood ervaring tegen, een ongeluk, of het ondraaglijke verlies van iemand van wie we veel houden. Dit pad voert ons door een brandende poort om te leren omtrent loslaten. De derde vorm van spirituele vooruitgang is geleidelijk en gaat vergezeld van blijdschap. Hierbij vindt ontsluiting en loslaten plaats gedurende een periode van vele jaren op een voornamelijk gemakkelijke en vreugdevolle manier. De vierde en meest voorkomende weg is eveneens langzaam en geleidelijk, maar is hoofdzakelijk gekenmerkt door lijden. Moeilijkheden en strijd zijn een steeds terugkerend thema, en hierdoor leren we geleidelijk aan om te ontwaken.
We hebben bij dit alles geen enkele keus. Het ontvouwingsproces weerspiegelt de patronen van ons leven die soms omschreven worden als ‘ons lot’ of ‘ons karma’. Het maakt niet uit hoe snel of langzaam onze spirituele ontwikkeling lijkt te verlopen, er wordt slechts van ons gevraagd ons aan dit proces toe te vertrouwen. In feite is onze vooruitgang onmeetbaar. Het is alsof we ons in een kleine roeiboot op de oceaan bevinden. We roeien in een bepaalde richting, maar er is ook nog een grotere stroom; we roeien misschien voort-durend naar het oosten maar kunnen onmogelijk weten hoe ver we zijn. De vraag omtrent afstand en tijd komt echter alleen in het begin op. Het doet er niet toe hoe ver we denken te zijn gekomen. Het kenmerkende van deze reis is onze bereidwilligheid ons radicaal en steeds opnieuw open te stellen op juist dit moment.
Volledigheidshalve kunnen we misschien een vijfde manier toevoegen aan de vier wegen van geestelijke ontwikkeling die de Boeddha beschreef. Dit is het pad dat geen inzet, geen snelheid en geen reis behelst. In plaats van door de poort van eenheid of de poort van lijden te gaan, gaan we door de poortloze poort, het besef dat het hele denkbeeld omtrent reis en inspanning een illusie is. Waar we naar toe gaan is hier.
Om dit beter te kunnen begrijpen, moeten we erkennen dat er twee elkaar aanvullende manieren zijn waarop bewustwording en verlichting ontdekt worden. De ene manier is via het pad van inspanning en inzet, de andere via het pad van geen-inspanning. Bij het pad van inzet zuiver je jezelf. Je zet je in om alle obstakels die je belemmeren aanwezig te zijn uit de weg te ruimen, je richt je zo volledig op ontwaking of bewustwording dat al het andere wegvalt. Uiteindelijk word je gedwongen de ene laatste gehechtheid, het verlangen naar verlichting, op te geven, en in dit loslaten wordt alles duidelijk. Bij het pad van geen-inspanning vindt er geen strijd plaats. Je opent jezelf voor de werkelijkheid van het heden. Het enige wat er van je wordt gevraagd is te blijven bij een gevoel van vanzelfsprekendheid en natuurlijkheid. Hieruit ontstaan inzicht en mededogen.
In feite vormen beide manieren op verschillende tijdstippen deel van ieders reis. Beide wegen leiden tot loslaten. Zoals een van mijn leraren, Dipa Ma, placht te zeggen: ‘Beide manieren zijn het beste.’ Wijze inzet is belangrijk. Toch is uiteindelijk, hoe moeilijk het pad ook is en hoe we ons ook inzetten, het ontwaken van het hart een kwestie van genade; het is als een lentebriesje dat al onze beslommeringen en angsten verdrijft en ons hart verfrist.
In plaats van verlichting te zoeken als iets wat veraf is, kunnen we leren haar te herkennen als iets wat ‘dichterbij dan dichtbij’ is. De poortloze poort erkent deze natuurlijke verlichting als ons geboorte-recht.
Ajahn Chah, die in een boeddhistische cultuur woonde waar de lange moeilijke weg tot verlichting sterk werd benadrukt, herinnerde zijn monniken en nonnen er steeds opnieuw aan dat hun eigen bewustwording vanzelfsprekend en zeer nabij was. Hij wees erop dat verlichting onze inherente toestand is, en dat we kunnen leren te blijven bij ons hart dat van nature stil en vrij is, onafhankelijk van alle verande-rende omstandigheden rondom ons. Onze zorg-vuldige reflecties en serieuze meditatiebeoefening kunnen ons deze werkelijkheid duidelijk doen zien telkens wanneer we verstillen, zei Ajahn Chah. Alle ervaringen zijn zonder zelf, zonder onafhanke-lijk bestaan. Ze komen op als de wind, en verdwijnen weer, volgens bepaalde voorwaarden. In ieder stil moment waarop we deze waarheid zien, zo onderwees hij, kunnen we buiten al die voorwaarden die we ‘zelf’ noemen stappen om tot het tijdloze weten, het ongeconditioneerde te komen.
Wanneer we de poortloze poort binnengaan bereiken we het einde van onze zoektocht. Voordien hebben we in ons leven wellicht op vele manieren geprobeerd om verlichting te vinden of om iets bijzonders te worden. Eindelijk treden we de poort van het eeuwige heden binnen en ontdekken we dat we nergens naar toe gaan. Waar we zijn is de plek, de enige plek om geduld, vrede, vrijheid en mededogen te vervolmaken.
|