De poort van verdriet | SIM – Stichting Inzichts Meditatie
Untitled Document

Poorten tot bewustwording - De poort van verdriet

Een fragment uit het boek “After the Ecstacy the Laundry” van Jack Kornfield.
Vertaling: Marjo Oosterhoff.

Wij treden de poorten tot bewustwording binnen, aangespoord door dezelfde melodieën, dezelfde liederen van vreugde en wanhoop die ons aanvankelijk opriepen om het spirituele pad te gaan betreden. De grote levenszee spoelt ons golven van geboorte en dood, vreugde en verdriet toe. Voor velen van ons zijn het de pijnlijke waarheden in dit leven die ons tot onze zoektocht brengen; zij worden de heilige poorten die ons toegang verschaffen tot het grote hart van mededogen. Tegenspoed, wanhoop en rouw waren wellicht de oorspronkelijke redenen voor onze terugkeer naar het spirituele. Nu is er een diepere dimensie van bewustwording, waarbij wij ons openstellen voor de gedeelde pijn van de wereld. Deze poort binnentreden wordt ‘Bewustwording door de poort van verdriet’ genoemd.
Er wordt gezegd dat, toen de Boeddha de verlichting had gerealiseerd, hij met zijn alziende blik het heelal overzag, en dat er toen tranen over zijn wangen rolden. Hij zag wezens die, in welke levensomstandigheden ze ook verkeerden, op zoek waren naar geluk. Niettemin verrichtten deze wezens uit onwetendheid juist die handelingen die henzelf en anderen leed berokkenden. Sommigen zeggen dat toen de tranen van de Boeddha de aarde raakten, ze tot leven kwamen in de vorm van Tara, de godin van mededogen.
Zolang men de oorsprong van het lijden niet begrijpt, zal men ernaar streven geluk te verkrijgen vanuit hebzucht en begeerte, door middel van geweld en haat. Wij handelen uit verblinding en onwetendheid, wat onvermijdelijk in pijn resulteert. Ons verlangen, onze agressieve verstrengeling met de wereld brengt onontkoombaar strijd en verlies met zich mee; niettemin wordt dit alles gedaan met de bedoeling om veiligheid en geluk te vinden.
De Boeddha besefte wat elk wijs hart ontdekt, namelijk dat het leven hier op aarde zowel pijnlijk als prachtig is. Niettemin vergroten onze verwarde reacties deze basispijn tot nog meer lijden. Terwijl ik dit schrijf wordt er in achtentwintig landen oorlog gevoerd. Miljoenen mensen lijden honger, hoewel er meer dan voldoende voedsel is. Miljoenen mensen kwijnen weg in klinieken of ziekenhuizen, lijdend aan ziekten waarvoor wij medicijnen hebben die hen kunnen genezen, en vaccins die de ziekten kunnen voorkomen. Dit lijden staat niet buiten ons, wij hebben er deel aan.
Er zijn perioden in het spirituele leven waarin het voelt alsof alle barricaden die we opgeworpen hebben om ons tegen de pijn van de wereld te beschermen, neergehaald zijn. Ons hart wordt mild en kwetsbaar, en we voelen een wezenlijke verbondenheid met alles wat leeft. De kreten van straatkinderen weerklinken in onze geest, beelden van terrorisme en racisme, vernietiging van het milieu, armoede en slavernij vullen ons bewustzijn. Het is alsof ons bewustzijn opengebroken is om de strijd van de mensheid en van de aarde toe te laten. Het voelt misschien alsof we ons op een knekelveld bevinden, we zien wellicht het lijden van ontelbare generaties. En we herkennen dat het niet mogelijk is dit alles te ontvluchten.
In de Vuurrede gaat de Boeddha in op het ontstaan van leed in de wereld.

Alles staat in brand. Het oog staat in brand en de beelden die het oog ziet staan in brand. De oren en de geluiden die ze horen staan in brand. De neus, de tong, het lichaam en de geest branden. Met welk vuur branden ze? Met het vuur van begeerte, haat, onwetendheid. Ze branden van bezorgdheid, jaloezie, verlies, aftakeling en rouw. Wanneer iemand die het edele pad bewandelt dit lijden overdenkt, wordt hij moe van deze vuren, moe van de begeerte en de haat die het verlangen naar beelden, geluiden, geuren, smaken, lichaam of geest voeden. Omdat men dit alles moe is, ontdoet men zich van het verlangen, en door de afwezigheid van dit verlangen wordt men vrij.

Als men de waarheid van het lijden volledig beseft, dan bereikt men de vrijheid via de poort van het lijden. Wij kunnen nooit de veranderende omstandigheden van ons leven bevatten of beheersen. Wij kunnen onze geliefde, ons huis, ons werk niet bezitten. Zelfs onze kinderen kunnen we niet bezitten. We kunnen ze liefhebben en voor ze zorgen, maar als we ze trachten te beheersen, dan creëren we slechts lijden. Vreugde en verdriet, lof en blaam, succes en falen wisselen zich dag na dag af. De wereld heeft verdriet en vreugde in zich verweven zoals de nacht met de dag verweven is. Indien wij ons tegen deze waarheid verzetten, zullen we onvermijdelijk lijden.
Als wij ons hart openstellen door de poort van het lijden binnen te treden, merken we hoe pijn en ontevredenheid met elke ervaring zijn verweven. Te midden van de vreugde zijn we bezorgd over wanneer de vreugde op zal houden. Te midden van ons bezit maken we ons zorgen over het verlies ervan. Zelfs de prachtigste geboorte en het mooiste sterven gaan met pijn gepaard, want het lichaam binnentreden en verlaten is van nature een pijnlijk proces. Wij weten dat gedurende de gehele dag onze ervaringen voortdurend veranderen van prettig naar neutraal naar onprettig, en omgekeerd. Deze onophoudelijke verandering is op zichzelf een bron van lijden. En onze reactiepatronen wat betreft deze veranderingen kunnen een gevoel van strijd oproepen.
Eén strategie om de bevrijding te bereiken is om onze aandacht rechtstreeks op deze inherente en steeds terugkerende ervaring van ontevredenheid en pijn te richten. Wij moeten het duidelijk voelen, en te midden van de pijn de vrijheid ontdekken die ons bevrijdt van alle identificatie en alle verlangens.
Maha Naeb, een Thaise meditatielerares, leert haar studenten onbevredigdheid te begrijpen door nauwkeurig te letten op wat elke daad en beweging gedurende de gehele dag motiveert. Zij instrueert hen om volkomen stil te zitten en niet van houding te veranderen of een handeling te verrichten, voordat ze inzien welke ervaring in het lichaam of in de geest de verandering noodzakelijk maakt. Wanneer de mediterenden ’s ochtends ontwaken, hebben ze de opdracht om een poosje te blijven liggen mediteren en niet te bewegen. Maar na verloop van tijd bemerken ze dat lange tijd in één bepaalde houding liggen het lichaam verstijfd of pijn veroorzaakt, dus bewegen ze om het ongemak weg te nemen. Waarschijnlijk merken ze vervolgens na verloop van tijd het ongemak van een volle blaas, dus gaan ze naar het toilet om deze bron van pijn op te heffen. Maar de wc-bril is hard en in de badkamer is het koud, dus om dit ongemak te verhelpen verlaten ze de badkamer en gaan ze op een gemakkelijke stoel zitten. Daarna biedt hun maag hen ochtendhonger. Om de honger te stillen gaan ze eten. Maar dan moeten ze afruimen, omdat overgebleven voedsel gaat rotten en stinken. Dan zitten ze weer een poosje stil tot de volgende pijn of het volgende ongemak hen weer doet bewegen. En zo gaat het maar door.
Door zorgvuldig de oorzaak van iedere handeling te observeren, wordt een constante beweging om lijden te verlichten getoond. Toch is het voor hen die deze waarheid onder ogen zien niet een formule voor wanhoop, maar juist een poort tot mededogen. Want in het hart is vrijheid en liefde te vinden die groter zijn dan het lijden. Door oog in oog met de pijn van de wereld te treden, ontsluiten wij een onverschrokken en mededogend hart, het universele geboorterecht van de mensheid.

Terug