Aspecten van liefdevolle vriendelijkheid | SIM – Stichting Inzichts Meditatie
Untitled Document

Aspecten van liefdevolle vriendelijkheid

Fragment uit een publicatie over Metta van Stichting Vipassana Meditatie Groningen onder redactie van Eelkje Postma .

Het hart vol genegenheid openbreken.
De gedachte manifesteert zich als woord;
Het woord manifesteert zich als daad;
De daad ontwikkelt zich tot gewoonte
En gewoonte verhardt tot karakter.
Dus bekijk de gedachte en haar wegen met zorg,
En laat haar ontstaan uit genegenheid,
Die voortkomt uit betrokkenheid met alle wezens.
De Boeddha.

Een parel wordt geveild.
Niemand heeft genoeg.
dus koopt de parel zichzelf.
Rumi

Liefde of genegenheid bestaat in zichzelf en is niet afhankelijk van bezitten of bezeten worden. Net als de parel kan liefde alleen zichzelf kopen, omdat diepe genegenheid geen kwestie van valuta of wisselkoersen is. Niemand heeft genoeg om genegenheid te kopen, maar iedereen heeft genoeg om haar te ontwikkelen. Metta laat ons hervinden wat het betekent levend en ongebonden te zijn.
Onderzoekers gaven eens aan iedere bewoner van een verpleeghuis een plant. Aan de helft van deze oudere mensen werd verteld dat zij de planten kregen om voor te zorgen - dat zij er op moesten letten dat de planten water en zonlicht hadden en dat ze ze zorgvuldig moesten verzorgen. De ander helft van de bewoners kreeg te horen dat ze de planten kregen om er plezier van te hebben, maar dat zij er niet verantwoordelijk voor waren. De verpleging zou voor de planten zorgen. Na een jaar vergeleken de onderzoekers de twee groepen. De bewoners aan wie was gevraagd voor de planten te zorgen, leefden aanzienlijk langer dan gemiddeld. Zij waren veel gezonder, meer op hun wereld georiënteerd en er mee in contact. De andere bewoners die niet verantwoordelijk waren voor de planten, die zij hadden gekregen, gaven het gemiddelde beeld weer van mensen van hun leeftijd wat betreft hun levensduur, hun gezondheid, alertheid en betrokkenheid met de wereld.
Dit onderzoek suggereert, naast andere dingen, het verlevendigende vermogen van contact, van liefde en intimiteit. Dit is het effect dat metta in ons leven kan hebben. Maar toen ik van dat onderzoek hoorde, bedacht ik ook hoe vaak we intimiteit beschouwen als een werkzaamheid tussen onszelf en iets buiten ons - een ander mens, een huisdier of zelfs een plant - en hoe zelden we de kracht van intimiteit met onszelf, met onze eigen innerlijke ervaring zien. Hoe zelden eisen we ons eigen leven voor onszelf op en voelen we ons verbonden met onszelf!

Een manier om intimiteit met onszelf en al wat leeft te ontdekken, is om integer te leven, en onze levens te baseren op mededogen en niet kwetsen. Wanneer we ons toeleggen op handelingen die onszelf en anderen niet kwetsen, wordt ons leven een geheel; een naadloos kledingstuk waarin niets apart is of los staat van de spirituele werkelijkheid die we ontdekken. Om integer te kunnen leven, moeten we ophouden ons leven te verbrokkelen en in vakjes te verdelen. Het is onzinnig op het werk leugens te verkopen en in de meditatie grote waarheden te verwachten. Het is zinloos om onze seksualiteit te gebruiken op een manier die onszelf of anderen kwetst en dan in een andere situatie te verwachten dat wij een boven alles uitstijgende liefde kunnen leren kennen. Ieder facet van ons leven houdt verband met elk ander aspect in ons leven. Deze waarheid is de basis voor een leven dat tot ontwaking komt.
Wanneer we op een integere manier leven, verhogen we intimiteit met onszelf doordat we vreugde kunnen beleven aan wat we doen en er daadwerkelijk van genieten. De ervaring van vreugde maakt ons enorm open en laat onze blokkades verdwijnen, en laat daarmee intimiteit uitgaan naar al wat leeft. Vreugde heeft het vermogen elk gevoel van isolement te laten verdwijnen, reden waarom de Boeddha stelde: "Verrukt zijn is de toegangspoort tot nirvana."

De kracht die ons levendiger maakt is verrukt zijn. Het verheldert onze levenslust, onze erkentelijkheid en onze genegenheid. We ontwikkelen verrukking door vreugde te hebben over onze eigen goedheid. We denken na over de goede dingen die we hebben gedaan; we herinneren ons momenten dat we vrijgevig waren of zorgzaam. Misschien kunnen we denken aan de keren dat het gemakkelijk was iemand te kwetsen, met een leugen aan te komen of afwijzend te zijn en dat we toch een poging deden dat niet te doen. Misschien kunnen we ook denken aan een situatie waarin we iets opgaven op een manier die onze geest bevrijdde en een ander hielp. Of we kunnen ook denken aan een keer dat we angst overwonnen en contact met iemand zochten. Deze beschouwingen laten een bron van geluk in ons opwellen die voorheen misschien nog verborgen voor ons was. Het overdenken van het goede in onszelf is een klassieke meditatietechniek, die wordt beoefend om de geest licht te maken, vreugd en verrukking te schenken. In onze tijd kan deze meditatiebeoefening misschien wat vreemd aandoen, omdat we zo vaak de nadruk leggen op alle betreurenswaardige dingen die we hebben gedaan en alle vervelende fouten die we hebben gemaakt. Toch is deze klassieke bespiegeling geen manier om eigendunk te vergroten. Het is meer een betrokkenheid bij ons eigen geluk en een besef dat dit geluk de basis is voor een vertrouwelijke houding naar alles wat leeft. Dat vervult ons met vreugde, genegenheid voor onszelf en geeft ons zelfrespect.

Wanneer we metta beoefenen is het van grote betekenis om te beginnen met metta voor onszelf. Dit is de noodzakelijke basis die ons in staat stelt anderen echte genegenheid te geven. Wanneer we echt van onszelf houden, willen we ook voor anderen zorg dragen, omdat dat ook ons het meest verrijkt en voedt. Met een oprecht innerlijk leven raken we vertrouwelijk met onszelf en met anderen. Inzicht in onze eigen innerlijke wereld geeft ons een band met alles om ons heen, zodat we duidelijk de eenheid van al wat leeft kunnen zien. We zien dat alle wezens gelukkig willen zijn en dat deze impuls ons verenigt. We kunnen herkennen hoe terecht en hoe mooi deze gemeenschappelijke drang naar geluk is. We beseffen hoe intiem we zijn in deze gezamenlijke behoefte.

Als we metta beoefenen en we niet in staat zijn het goede in onszelf of in iemand anders te zien, dan gaan we nadenken over de fundamentele wens om gelukkig te zijn die ten grondslag ligt aan alles wat we doen. “Net zoals ik gelukkig wil zijn, willen alle wezens gelukkig zijn.” Door zo'n overweging ontstaat openheid, bewustheid en warme genegenheid. Als we ons toeleggen op deze waarden, worden we de belichaming van een traditie die ver teruggaat tot in oeroude tijden. In alle tijden hebben alle goede mensen hun openheid, bewustheid en genegenheid tot uitdrukking willen brengen. Met iedere zin van metta verklaren we dat we ons met deze waarden verwant voelen.

Vanaf dit begin gaat de beoefening van metta op een zeer gestructureerde en specifieke manier verder. Nadat we enige tijd hebben besteed aan metta voor onszelf, schakelen we over naar iemand die veel voor ons heeft gedaan, die we dankbaar zijn en respecteren. In de traditionele terminologie wordt zo iemand een ‘weldoener’ genoemd. Later schakelen we over naar een vriend op wie we erg gesteld zijn. Het is relatief gemakkelijk om liefdevolle vriendelijkheid te richten op deze categorie wezens. (We spreken liever van ‘wezens’ dan van ‘personen’ om de mogelijkheid open te houden ook bijv. dieren in deze groepen te betrekken.) Nadat we deze verbinding hebben gemaakt, gaan we over naar diegenen voor wie we misschien moeilijker liefdevolle vriendelijkheid kunnen voelen. Dit is een uitdaging voor onze beperkingen en vergroot ons vermogen tot welwillendheid.
Zo richten we vervolgens liefdevolle vriendelijkheid op iemand die voor ons neutraal is en voor wie we geen grote voorkeur of afkeer voelen. Dit is vaak een interessante periode in de oefening omdat het soms moeilijk is iemand te vinden over wie we niet direct een oordeel klaar hebben. Als we zulke, voor ons neutrale mensen kunnen vinden, richten we metta op hen.
Hierna zijn we gereed voor de volgende stap: metta richten op iemand met wie we in conflict waren, iemand die we niet kunnen vergeven, iemand waar we kwaad op zijn of voor wie we bang zijn. In de boeddhistische geschriften wordt zo iemand wat dramatisch ‘de vijand’ genoemd. Dit is een zeer krachtige fase in de beoefening omdat de vijand, of degene met wie we problemen hebben, precies op de scheidslijn staat tussen de beperkte en onbeperkte reikwijdte van liefdevolle vriendelijkheid. Op dit punt ontvouwt voorwaardelijke genegenheid zich tot genegenheid die niet op voorwaarden berust.
Hier kan afhankelijke liefde opbloeien tot een onafhankelijke liefde, die niet gebaseerd is op krijgen wat we willen hebben of het voldoen aan onze verwachtingen. Hier leren we dat sympathie en antipathie geen afbreuk doen aan het intrinsieke geluk van genegenheid, maar dat het net als de zon op alles en iedereen kan schijnen. Deze vorm van liefde is werkelijk onbegrensd. Zo'n genegenheid wordt uit vrijheid geboren en vrijelijk gegeven.
Door de kracht van deze beoefening ontwikkelen we een gelijkwaardigheid in de genegenheid naar onszelf en naar andere wezens.

Natuurlijk zullen in verschillende levenssituaties verschillende manieren van handelen juist zijn. Maar het punt waar het om gaat is dat metta inhoudt dat we onszelf in enkele situaties tekort doen om het geluk van anderen in stand te houden. Waarachtige intimiteit ontstaat niet door het ontkennen van ons eigen verlangen naar geluk in een miserabele ondergeschiktheid aan anderen, noch door het ontkennen van anderen in een narcistisch vooropstellen van onszelf. Metta betekent gelijkheid, eenheid en een besef van heel-zijn. Om de Middenweg van de Boeddha echt te kunnen begaan en de uitersten van verslaving aan genot en zelfhaat te vermijden, moeten we een vriend zijn voor onszelf en voor alle wezens.
Wanneer we inzicht krijgen in onze innerlijk wereld en in wat ons gelukkig maakt, dan kunnen we ook anderen begrijpen, zonder woorden en op een intuïtieve manier. We kunnen ons dan verbonden voelen met de levenservaringen van anderen, alsof er niet langer een barrière is die de grenzen van onze zorgzame aandacht bepaalt. Wanneer we boos zijn, zien we dat er een element van pijn in die boosheid zit die niet verschilt van de pijn die anderen voelen wanneer zij kwaad zijn. Wanneer we genegenheid voelen, is er een herkenbare en bijzondere vreugde in dat gevoel. We gaan inzien dat dit de aard van genegenheid is en dat andere wezens, die zo'n genegenheid voelen, diezelfde vreugde beleven.

Tijdens de beoefening van metta hoeven we niet een bepaald gevoel te laten ontstaan. In feite zien we gedurende de beoefening dat we op verschillende momenten verschillende gevoelens hebben. De voorbijgaande emotionele beleving is veel minder relevant dan de bijzondere kracht van de intentie, die bekrachtigd wordt als we de zinnen uitspreken. Terwijl we herhalen: “Moge ik gelukkig zijn, mogen alle wezens gelukkig zijn”, planten we zaden doordat we deze krachtige intentie in onze geest vormen. Wanneer de tijd er rijp voor is, zal dat zaad vruchten dragen.
We vormen de intentie in onze geest voor ons geluk en dat van anderen. Dit is anders dan worstelen om een bepaald gevoel tevoorschijn te roepen of het met onze wilskracht te creëren, en zo te maken dat het gebeurt. We gaan gemakkelijk zitten en planten de zaden van liefdevolle vriendelijkheid zonder ons zorgen te maken over het directe resultaat. Dat is ons werk. Als we ons werk doen, zal dat zeker vele voordelen met zich meebrengen.

Gelukkig was de Boeddha op zijn karakteristieke wijze heel precies in wat deze voordelen behelzen. Hij zei dat de intimiteit en de zorgzaamheid die ons hart vervult, als liefdevolle vriendelijkheid zich krachtig ontwikkelt, elf specifieke voordelen met zich mee zullen brengen:

1. U zult rustig slapen.
2. U zult rustig ontwaken.
3. U zult prettige dromen hebben.
4. Mensen zullen genegenheid voor u hebben.
5. Deva's (wezens in hogere bestaansgebieden) en dieren zullen van u houden.
6. Deva's zullen u beschermen.
7. Gevaren van buitenaf (vergif, wapens en vuur) zullen u niet deren.
8. Uw gezicht zal stralend zijn.
9. Uw geest zal sereen zijn.
10. U zult niet in verwarring sterven.
11. U zult in gelukkige bestaansgebieden worden weder-geboren.

Mensen die metta op een formele manier beoefenen, leren deze elf voordelen vaak uit hun hoofd en reciteren ze regelmatig. De gedachte aan de vruchten van onze intentie en inspanning kan een heleboel vertrouwen en vreugde met zich meebrengen.

Literatuur:
Ayya Khema, Wanneer de IJzeren Arend Vliegt, East-West Publications 1994
Kheminda Merkus, cursuspamflet metta
Sharon Salzberg, Liefdevolle Vriendelijkheid, Asoka 1998
Pandita H. Saddhatissa M.A., Ph.D., Buddhist Ethics, George Allen & Unwin Ltd 1970
Chögyam Trungpa, Training the Mind, Shambala 1993
Phra Khru Dhammabarnchanvud, Pali Chanting Book, Malaysian Buddhist Meditation Centre.
Bhadantäcariya Buddhaghosa, The Path of Purification (Visuddhimagga), Shambala 1976

Bovenstaande is een fragment uit een syllabus (18 bladzijden) over Metta van de Stichting Vipassana Meditatie Groningen.

Terug